Erfgoed als gebruiksmateriaal

donderdag 26 april 2012 door: Theo Cuijpers

Erfgoed Brabant-directeur Patrick Timmermans overhandigt het eerste exemplaar aan de voorzitter van Brabants Heem Henk Hellegers.

Onlangs werd in Gilze een boekje gepresenteerd met de resultaten van een onderzoek naar collecties bij heemkundekringen. De heemkundekringen in de provincie Noord-Brabant houden zich op lokaal niveau bezig met het behoud van dat materiële en immateriële erfgoed. Maar welk erfgoed is dat dan precies? Tot nu toe bestaat er maar een beperkt beeld van wat de heemkundekringen allemaal in huis hebben.

Om dit beeld scherp te krijgen is in 2009 gestart met de Erfgoedmonitor, een inventarisatie van de inhoud, omvang en het beheer van collecties bij de heemkundekringen in Noord-Brabant. Bij de musea is een dergelijke inventarisatie al eerder gemaakt. De inventarisaties van de musea en heemkundekringen bieden, naast de inventarisaties die door de archiefdiensten zijn gemaakt, een preciezer inzicht in de collecties roerend en immaterieel erfgoed die in Noord-Brabant worden bewaard.

Op de achtergrond speelt de vraag of dat belang van die collecties zodanig is, dat de kringen daarvoor ondersteuning van de provincies verdienen. Het boekje ‘Collecties verzameld’ geeft een beeld van wat de Brabantse heemkundekringen zo allemaal in hun collecties hebben. Veel foto’s, bidprentjes, maar ook veel voorwerpen, werktuigen en dergelijke.

Bij de opening van de studiemiddag die volgde op de overhandiging van het eerste exemplaar aan voorzitter Henk Hellegers van Brabants Heem vergeleek Erfgoed Brabant-directeur Patrick Timmermans collecties met restaurants en stelde dat veel collecties zich ergens tussen ‘de Librije’ (heel weinig met een hoge kwaliteit) en de snackbar (heel veel en met minder kwaliteit) bevonden.

Vlak daarvoor was in Riel het erfgoeddepot ‘Wie wat bewaart die heeft wat’ geopend. Een voorbeeld van de ‘snackbar’, heel veel en vaak niet heel zeldzaam en bijzonder. Veel collecties zijn een spiegel van het leven vroeger en veel mensen vroeger gebruikten hetzelfde. Veel collecties van kringen lijken daarom op elkaar, maar hier mag niet de conclusie uit getrokken worden dat ze daarom niet zo waardevol zijn.

Het is namelijk heel goed dat er op korte afstand gemakkelijk bereikbare collecties zijn. Voor twee belangrijke doelgroepen is afstand (of misschien beter gezegd het gebrek daaraan) van groot belang: voor de leerlingen van scholen en voor de ouderen.

Collecties in de buurt geven kinderen de gelegenheid op bezoek te gaan en kennis te maken met de voorwerpen en wat veel belangrijker is, met de verhalen die erbij horen en die zijn overal weer anders.

Als we alles zouden concentreren in één museum dan komen de kinderen vanwege de afstand niet meer en worden de verhalen niet meer verteld bij gebrek aan kleine luisteraars. Die verhalen komen van de ouderen en die komen vaak vanzelf. Geef ze een voorwerp en verhalen borrelen als vanzelf op.

Er is ook een categorie ouderen waarbij de waarde van de ontmoeting met het historische voorwerp niet zozeer in hun verhaal zit, maar in de therapeutische werking die het gevolg is van de confrontatie met het voorwerp. Het erfgoeddepot gaat materiaal leveren voor zogenaamde ‘reminiscentiekisten’ die in verzorgingshuizen worden gebruikt als therapeutische middel. In zichzelf gekeerde ouderen gaan weer praten, communicatie komt weer opgang en isolement wordt verminderd. 

Al met al hebben we, zo blijkt uit de inventarisatie, samen met de museumvoorwerpen zo ongeveer 1 historisch voorwerp per inwoner van Brabant voor handen. Dat lijkt heel veel, maar denk eens aan de honderdduizenden archeologische voorwerpen en al die foto's en bidprentjes die kringen hebben verzameld. Met zoveel voorwerpen moet het toch ook mogelijk zijn om al die Brabanders een beetje historische bagage te geven?



reactiesHeemkunde Collectie 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon