Het persoonlijke in de geschiedenis

dinsdag 7 augustus 2012 door: Theo Cuijpers

DodendraadVroeger leerde ik dat afstand tot het onderwerp een voorwaarde was voor een kwalitatief goede geschiedenisschrijving. De historicus diende te streven naar objectiviteit en daar paste geen persoonlijke betrokkenheid bij. Dat is de laatste tijd wel anders geworden.

Iedereen kent Geert Mak’s De eeuw van mijn vader. Het aantrekkelijke van het boek is het feit dat de geschiedenis van een familie en de grote geschiedenis van Nederland en de wereld alles met elkaar te maken bleken te hebben. Door die verwevenheid van grote en kleine geschiedenis is ook beter invoelbaar hoe die grote geschiedenis heeft ingegrepen in het leven van mensen.

Daarna zijn er nog heel veel boeken gevolgd waarbij het kleine persoonlijke verhaal centraal stond. Vaak gaat hem om mensen die door toeval, familiebetrekking of zo op een verhaal stuiten en er dan helemaal induiken. Wie zich een beeld wil vormen hoe de Tweede Wereldoorlog mensen voor onmogelijke keuzes stelde moet Sonny Boy van Annejet van der Zijl  lezen of naar de gelijknamige film gaan kijken. 400.000 bioscoopbezoekers gingen u al voor. Vertalingen van dit boek verschenen of zullen nog verschijnen in Duitsland, Italië, Turkije en Zweden.

Jos Palm schreef het boek Moederkerk over zijn katholieke jeugd, een persoonlijke geschiedenis, maar ook de geschiedenis van een kerk die haar vanzelfsprekende positie kwijtraakt en zich in haar oerconservatieve bastion isoleert van haar natuurlijke achterban. Jos vertelt wat dat voor hem betekende, zijn ouders en zijn broers en zussen. Terwijl zijn ouders katholiek van de oude stempel bleven, gingen de kinderen over naar een nieuw geloof, dat van de SP en haar voorlopers.

Onlangs werd door Brabants Heem en Erfgoed Brabant een cursus gegeven over persoonlijke verhalen en hoe je daar zelf mee aan de slag kunt gaan. Waarschijnlijk wordt deze cursus in het tweede deel van 2012 nog herhaald. Arnoud-Jan Bijsterveld vertoonde in het kader van deze cursus de film over de Jood Betram Polak Hier was Bertram. Deze film is ook het verhaal over de speurtocht van Arnoud-Jan. Hij ontdekte dat zijn huis was gebouwd door een Joods familie. Die bleken nog net op tijd ontkomen te zijn naar Engeland, maar zoon Bertram niet, die zat net in militaire dienst. Betram zou in als enige van zijn gezin in Auschwitz omkomen.

Persoonlijke betrokkenheid blijkt dus heel positief voor geschiedschrijving te kunnen zijn. Het verhaal over Bertram zou nooit zo zijn uitgezocht als niet hij niet een bewoner was geweest van het huis van Arnoud-Jan en als die niet als bewoner en als historicus het fijne wilde weten over zijn voorbewoners.

Het initiatief van de heemkundeorganisaties van de drie provincies die samen vroeger het grote Brabant vormden om samen een boek te gaan maken over de Eerste Wereldoorlog past hier helemaal bij. Men gaat er vanuit dat bij de kringen er nog heel wat persoonlijke herinneringen zijn aan die tijd. Degenen die het meemaakten zijn dood, maar hun verhalen zijn gebleven in de vorm van dagboeken, brieven, foto’s, enz. Die verhalen uit noord en zuid wil men gaan bundelen om zo een brug te slaan tussen de grote officiële geschiedenis met veldslagen en conferenties en de geschiedenis van mensen in de dorpen en steden van Brabant.

Voor de hand liggende thema’s zijn de dodendraad die noord en zuid scheidde en die niet alleen door het land sneed maar ook families, buren en vrienden abrupt van elkaar scheidde. Vele zuiderburen zochten hun heil in 1914 in Noord-Brabant. Men hoopt door verhalen een beter beeld van hoe vluchtelingen, maar ook degenen die ze opvingen, dat allemaal hebben beleefd. Het gaat dus om het dagelijks leven van gewone mensen, want dat zijn we zelf toch ook.



reactiesCultuurhistorie 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon