Toen was het beter

donderdag 10 mei 2012 door: Theo Cuijpers

Op 19 april ging de tweede Erfgoed Biënnale van start. Een van de sprekers was Erik Luiten, landschapsarchitect, hoogleraar Erfgoed en Ruimtelijk Ontwerp en adviseur ruimtelijke kwaliteit van de provincie Zuid-Holland. Luiten was uitgenodigd om een prikkelend betoog te houden en wat mij betreft is hij daar in geslaagd.

De luisteraars naar zijn verhaal bevonden zich in twee zalen en vanuit de opening die beide zalen verbond, hield Luiten op een prettige manier, losjes en met kwinkslagen, zijn publiek zijn verhaal voor. Hij betoogde dat het landschap dynamisch was en aan de hand van de meanderende beek en rechte vaart die daarvoor in de plaats kwam, stelde hij de vraag naar welk verleden je dan terug wilt als je landschap gaat reconstrueren. Van voor of na het rechttrekken van de beek? 

Luiten brak in zijn verhaal de staf over de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap van Jaap Dirkmaat. De vereniging zet zich in voor de belangen van het landschappelijk erfgoed. Over haar doelstellingen schrijft de vereniging op haar site: ‘Naast het primaire doel van instandhouding van monumentale landschapselementen wordt door de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (…) actie ondernomen om een kwaliteitsimpuls te geven door de aanleg van nieuwe landschapselementen. Juist in gebieden waar nog een labyrint van groene en blauwe landschapselementen in stand wordt gehouden leven vaak veel unieke en beschermde planten en dieren zoals speenkruid, sleutelbloem, longkruid, heggewikke, pimpernelblauwtje, geelgors, klapekster, grauwe klauwier, vliegend hert, boomkikker en uiteraard dassen’.

Jaap Dirkmaat op Kick-Off BEB te Kasteel Heeswijk (fotograaf: Judith Adriaansen).Luiten vergeleek de aanhangers van de club van Dirkmaat met de voorstanders van het historiserend bouwen en gooide ze wel heel gemakkelijk op een hoop. Ik snap dat iemand als Luiten ingehuurd is om een knuppeltje in het hoenderhok te gooien, maar als je daarbij relevante zaken vergeet, dan ga je wat mij betreft wel de mist in.

Bewonderaars van het historiserende bouwen en de aanhangers van Dirkmaat werden door Luiten weggezet als nostalgici, mensen die door een overdreven hang naar het verleden, eigentijdse en creatieve oplossingen in de weg staan. Wat de historisende bouwers van Brandevoort en dergelijke betreft klopt dit wel, maar bij Dirkmaat en de zijnen ligt dat toch anders.

Bij Dirkmaat c.s gaat niet alleen om de terugkeer naar toen, als doel op zichzelf. Zijn Vereniging meent geheel terecht dat in de loop van de laatste 100 jaar het landschap heel veel kwaliteit heeft verloren, waarvan misschien de belangrijkste de biodiversiteit is.

Herstel van die biodiversiteit kan heel vaak door terug te kijken naar het verleden toen die biodiversiteit heel vanzelfsprekend en veel groter was. Kleinschaligheid en variatie zijn daarbij sleutelwoorden.

Het argument van de biodiversiteit geldt niet voor het historiserende bouwen. De architectuur van gebouwen heeft weinig invloed op zaken als biodiversiteit en duurzaamheid. Je kunt een milieuvriendelijk huis bouwen met een historiserend ontwerp, maar evengoed met een modern, eigentijds uiterlijk.

Als je een landschap wilt dat gevarieerder en biodiverser is dan de bio-industriële woestenij die we nu vaak hebben, dan komen we bij het verleden uit. Het was, wat dat betreft, toen nu eenmaal beter, dat hebben Dirkmaat en zijn Vereniging heel goed gezien.



reactiesLandschap Cultuurhistorie 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon