Was men maar op Brabant zo trots als een Fries

woensdag 29 februari 2012 door: Jos Swanenberg

Dit blog is geschreven door Max Wilting. Max is masterstudent Linguistics aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en loopt bij mij stage van medio januari tot eind april. Hij doet bij Erfgoed Brabant onderzoek naar dialectgebruik en dialectattitude bij leerlingen van het voortgezet onderwijs in Eindhoven.
 

Dat de Friezen trots zijn op hun eigen taal en cultuur, moge duidelijk zijn. Of dat in Brabant ook zo is, wordt door Guus Meeuwis betwijfeld in zijn – naar Fries voorbeeld? – bijna tot Brabants volkslied verheven ode aan Brabant. Dit geeft die ene regel dan natuurlijk een ironisch tintje, maar dat terzijde.

Dat het Fries één van de twee officiële talen van het Nederlands is, is waarschijnlijk ook bekend. Wat misschien minder bekend is, is dat ook het Limburgs en het Nedersaksisch (waartoe o.a. het Gronings, het Twents en het Achterhoeks behoren) een erkende status als streektaal hebben, maar dan een niveau lager dan het Fries.

Dit allemaal is bepaald aan de hand van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, waarin opgenomen is dat overheden zich moeten inzetten voor het behoud van de erkende talen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat Fries ook als eindexamenvak op middelbare scholen gegeven kan worden.

De vraag is nu of dit misschien voor het Brabants ook zou kunnen. Geregeld heb ik (felle) discussies hierover gehad, waarin vooral het argument “als de Friezen het mogen, waarom wij dan niet?” vaak gebruikt wordt.

Voor het Brabants is er nog geen aanvraag geweest. Wel voor het Zeeuws, in 2005; deze aanvraag werd afgewezen door de Taalunie. Als je dan bedenkt dat het Brabants qua uitspraak iets verder van het Standaard Nederlands (of ABN) af staat dan het Zeeuws en zélfs verder dan het Fries (zie het taalkaartje), vraag je je af of zo’n erkenning misschien toch niet mogelijk is.

Berekende afstand van 156 verschillende dialecten tot het Algemeen Nederlands. (naar: C. en G. Hoppenbrouwers, 2001)

Daarentegen leeft het toch niet zo onder de bevolking als mijn anekdotes doen vermoeden: uit een enquête, gehouden onder Brabanders in 2005 (resultaten in Trots op je taal! Groots, grutsig, freed op oe(w) dialect!), blijkt dat maar ongeveer 30% vindt dat het dialect ook in officiële situaties gebruikt kan worden; ongeveer 10% voelt wel iets voor een algemene Brabantse standaardspelling, zoals bijvoorbeeld het Limburgs die heeft.

De kansen op erkenning mogen er dan wel zijn, maar dit geldt niet echt voor het draagvlak. Vooruit dan, Guus, je hebt gelijk.

 

 

 

 

 



reactiesDialect Identiteit Streektaal 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon