Brabants Bloesem

dinsdag 19 maart 2013 door: Jos Swanenberg

Pas verschenen: een bloemlezing van gedichten in Brabantse dialecten.

De bundel Brabants Bloesem bevat 77 gedichten van even zoveel dichters uit Noord-Brabant.

Omslag Brabants Bloesem.

Men zou kunnen zeggen: al in de Middeleeuwen werd er gedicht in het Brabants. De algemene Nederlandse taal ontstaat immers pas in de zestiende eeuw en wat sprak of schreef men voor die tijd: streektaal, dialect, in Noord-Brabant dus Brabants! Had Brabants Bloesem in dat geval moeten openen met Hertog Jan I met zijn minnelied Eens meien morgen vroe ? Of juist niet, omdat de hertog werd geboren in Leuven, en Leuven ligt in Vlaams-Brabant…?

De bloemlezing bestrijkt het werk van dialectdichters in Noord-Brabant. De provinciegrens is de geografische afbakening van ons terrein en de provincie is dat misschien ook wel in temporele zin: in 1815 ontstaat de provincie Noord-Brabant.

De draad is dan ook opgepakt in de negentiende eeuw als er, pas aan het einde van die eeuw, in het eigen dialect gedicht gaat worden. Dat gebeurt binnen de context van het schrijven in de standaardtaal. Je dialect is spreektaal en het Nederlands is schrijftaal, juist met die gedachte maakt het dichten in eigen dialect korte metten. Niet zelden is dat ook de strekking van gedichten: de dichter wil aantonen dat zijn moerstaal wel degelijk geschikt is om in poëzie te vervatten, moedertaol, de schoonste taol van heel de weereld, schrijft Piet Heerkens bijvoorbeeld.  

Zijn het tot aan de jaren ’50 nog voornamelijk pastoors en missionarissen die in hun dialect dichten, vanaf die periode gaan ook steeds meer  ‘gewone’ Brabanders dat doen. Vanaf de jaren ’50 begint Noord-Brabant aan zijn stille revolutie, de omwenteling zoals die zo mooi beschreven werd door Geert Mak in Hoe God verdween uit Jorwerd. In Brabant betekent dat niet alleen dat technologie, onderwijs en economie de positie van de landbouwers in Brabant doet veranderen, maar ook dat geleidelijk aan de Rooms-Katholieke kerk zijn grip op de samenleving verliest. En in het Brabantse dichten zien we dat dat niet langer vooral door paters en pastoors gedaan wordt, maar dat de ‘moedertaalvogels’ zoals Heerkens zich de dialectdichters voorstelde, voortaan van allerlei pluimage zijn.

Hoewel het spreken van dialect en vooral het leren door kinderen van dialect als eerste taal, moedertaal, vanaf die tijd onder druk komen te staan, neemt de belangstelling voor dialect toe, zeker vanaf de jaren zeventig en tachtig wanneer men dan ook van een ‘dialectrenaissance’ zal spreken. Gedichten blijven soms nog wel de liefde voor en de heimwee naar het Brabantse moederland (van weleer) uitademen, maar kunnen inmiddels ook prikkelend, humoristisch of sarcastisch zijn.

Het Brabantse dichten gaat met zijn tijd mee, onderwerpen zijn vaak hedendaags en een ‘rauw randje’ wordt niet altijd geschuwd. Het corps van dialectdichters in Noord-Brabant toont bovendien dat je niet gepensioneerd hoeft te zijn om in het dialect te dichten. Er wordt gewerkt in diverse dichtvormen en de dynamiek die de dialectdichtkunst in Noord-Brabant de afgelopen decennia heeft laten zien, wekt de verwachting dat het einde van de beoefening ervan nog lang niet in zicht is.

Brabants Bloesem werd uitgegeven door Uitgeverij van de Berg www.streekboeken.nl



reactiesLiteratuur Dialect 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon