Erfgoed-Sport 0-5

donderdag 29 augustus 2013 door: Theo Cuijpers

Voetbalmuur

Laatst hoorde ik iemand vertellen dat er in onze provincie ongeveer net zo veel leden van de KNVB zijn als leden van heemkundekringen. Interessant voetbal en heemkunde vergeleken. Ik wil het een beetje breder maken en proberen sport en erfgoed te vergelijken. Beide zijn een  belangrijke  mogelijkheid  voor heel veel mensen om hun vrije tijd te vullen. Een grote overeenkomst dus. Bij beide heb je te maken met passieve en actieve  beoefenaren. Beide terreinen hebben hun professionals, waarbij in het erfgoed de beurzen minder dik gevuld zijn, men het moet doen met teruglopende subsidies en terwijl sommigen in bijvoorbeeld de voetballerij wel  heel erg goed betaald krijgen.

Een andere overeenkomst is dat beide leiden of kunnen leiden tot chauvinisme. Er zijn heemkundigen die op basis van hun heemkundige kennis denken dat hun dorp of stad beter is dan het buurdorp of –stad. Dat gevaar is beperkt, erfgoed is gebaseerd op nieuwsgierigheid en dat maakt de neiging voorbij de eigen neus te kijken groter. Sport geeft vaak aanleiding tot een sterke stijging van (vooral nationaal) chauvinisme. Veel van ons nieuws is internationaal. Veel nieuws is waar dan ook voor een groot deel hetzelfde, overal Syrië en de crisis, maar als het over sport gaat, bericht elk land vooral alleen waar het zelf goed in is. Terwijl heel Nederland schaatsen kijkt, kijken ze in andere landen naar kaatsen, rodelen of zoiets. Van ons nationalisme was niet zoveel meer over toen historici de grote helden van onze geschiedenis voetje hadden gelicht en we in de oorlog niet allemaal in het verzet bleken te hebben gezeten. De sport heeft van ons weer nationalisten gemaakt, onder de noemer ‘oranjegevoel’.

We zijn natuurlijk allemaal trots op onze Oranje-jongens en soms ook meisjes en elke medaille wordt gevierd. In het grensdorp Goirle worden hele straten verkleed als tijdens een kampioenschap het Nederlandse elftal gaat spelen. Dit jaar werd de Ronde van Frankrijk opeens voor veel mensen veel interessanter toen opeens een paar landgenoten voorin mee konden. Tijdens Olympische spelen worden de medailles van alle landen vergeleken. Wij (Nederland) moeten zorgen dat we in de top-tien blijven, hoor ik beweren. Ik zelf zou liever de medailles van heel de EU optellen, dan zal blijken dat we dan dik bovenaan komen te staan, boven China en Rusland en dat soort engerds. Nederland moet natuurlijk helemaal niet pleiten voor blijven in die top tien. Dat wordt geroepen door mensen die ons proberen wijs te maken dat we topsport moeten stimuleren, dat zou mensen motiveren om ook te gaan sporten. Ik denk dat dat meer mensen worden gemotiveerd om onder valse nationalistische voorwendselen achter de tv te kruipen. Bewegen is gezond en dat zou iedereen moeten doen. Geef de scholen goede accommodatie en de basisscholen goede vakleerkrachten. Dat helpt en niet de topsport van de Olympische spelen.

Over die Olympische Spelen wil ik nog wel even opmerken, dat behalve  de groei van ongezond nationalisme, die spelen nog veel meer negatieve kanten kennen. Ze worden vaak georganiseerd door foute regimes, die ze gebruiken in hun propaganda. Kijk naar 1936, de spelen in Peking en de winterspelen die eraan zitten te komen. Echte onwetend of misschien deels gespeeld komen dan de sporters ons vertellen dat sport en politiek niets met elkaar te maken, terwijl iedereen die zijn ogen verder dan een kier heeft openstaan, ziet dat dat niet waar is. De crisis is begonnen met de banken, maar wat te denken aan het failliete Grieken kort daarvoor hun geld niet op konden toen de faciliteiten voor de Olympische Spelen moesten worden gebouwd met een metro voor de aanvoer van de liefhebbers. Nu staan de stadions te verpieteren en de enige kampioenschappen die er nog worden gehouden zijn die voor graffitici.

Sportmensen en erfgoeders komen bij elkaar. Sporters in wedstrijden en de erfgoedmens, tijdens congressen en studiedagen om inzicht en wetenschap te delen. Bij de sport gaat het om veel grotere aantallen, maar het merendeel van de ‘sporters’ is slechts passief daarmee bezig. Ook bij de ontmoetingen van erfgoeders is niet iedereen even actief. Groot verschil is wel dat het bijwonen van bijeenkomst met erfgoed-mensen vrij ongevaarlijk is. Geen politie  te paard, of speciale spoorwegstations opgetrokken uit gewapend beton en plaatdik staal. Het gaat er meestal vredig aan toe. Geestelijk komt men wat rijker terug, lichamelijk heeft men misschien wat last van het stilzitten. Stramme knieën komen dan ook veel voor bij dit soort bijeenkomsten, maar dat kan met een extra wandeling de volgende dag wel een einde aanmaken.

Bij sport is dat helaas heel anders en veel problematischer; Ouders die hun kinderen tot onmogelijke prestaties opzwepen. Hooligans die tribunes in de brand steken, uitgebrande treinstellen. Homo-sporters durven niet uit  te kast te komen, omdat ze bang zijn voor de spot van de supporters van de tegenpartij en als ze al uit de kast gekomen zijn en misschien naar Sochi mogen dan moeten ze rekening houden met de regels van Poetin.

Sport en media hebben elkaar gevonden. Elke onnozele sportgebeurtenis wordt eindeloos uitgekauwd en alle zenders hebben hun sportbollebozen die eindeloos hun licht over alles wat er gebeurd is op sportgebied. Erfgoed en media is een lastiger combinatie. Misschien kunnen we daar nog iets leren van de sport. Voorlopig staan we nog stevig achter. Willen we wel winnen?



reactiesSport Maatschappij Cultuurhistorie 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon