Hij geeft goed melk

donderdag 30 mei 2013 door: Jos Swanenberg

In BONT, “barstensvol brabant”, het magazine van Brabants Dagblad, verscheen in nummer 9 (24 mei 2013) een kort stukje naar aanleiding van de lezersvraag “waarom zeggen veel Brabanders ‘hij’ als ze over een meisje of vrouw praten?”.

Mannelijke vormen bij vrouwelijke woorden

Ik heb daar uitgelegd dat mannelijke vormen bij vrouwelijke woorden in Brabantse dialecten op verschillende manieren kunnen voorkomen. Op de eerste plaats neemt men het soms niet zo nauw met het woordgeslacht, bijvoorbeeld in het dialect van jongeren wanneer die het over n’n híllen ààwen oma hebben. Dat had natuurlijk ’n heel ààw oma moeten zijn, want het woord oma vraagt om een vrouwelijke verbuiging van lidwoord en bijvoeglijk naamwoord. Cor Hoppenbrouwers beschrijft dit soort uitingen als superdialect van mannelijke jongeren, die graag stoer doen en zo ‘Brabants’ mogelijk proberen te spreken. De onderliggende oorzaak is dat jongeren het woordgeslacht niet meer kennen omdat het dialect door hen niet volledig, als moedertaal, geleerd werd. Maar zij dragen wel graag uit de taal van de regio te spreken. Tijdens carnaval komen we dan ook vaak dergelijke superdialectismen tegen.

Op de tweede plaats worden persoonsnamen vaak vermannelijkt en spreekt men van onzen Deb als men Debbie bedoelt en ons Deb had verwacht. In het verlengde daarvan ligt het geven van mannelijke namen aan vrouwspersonen, zoals Tinus voor Leontien van Moorsel. Op deze manier kunnen we  ons de kampioene toe-eigenen: Van Moorsel is van ons Brabanders, ze is onze Tinus. De mannelijke vorm is daar meer geschikt voor dan de vrouwelijke vorm vanwege zijn herkenbare uitgangen.  

En op de derde plaats komt voor dat voornaamwoorden waarbij wordt verwezen naar iets of iemand van het vrouwelijk geslacht, mannelijk zijn: hij (een koe) gif goed melk

Hij gif goed melk 

of hij (tante Marie) is krek naor de stad of ons dochter hi zijn boks kepot, in plaats van haar boks. Vooral het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord in de mannelijke vorm is al bekend zolang het dialect wordt opgetekend, ook in het meervoud: de soldaote moete op z’nen buik ligge. Het verschijnsel schijnt vrij algemeen geweest te zijn in de Brabantse dialecten, van oost tot west, in  Ossendrecht (helemaal onderaan de pagina). Ook buiten Brabant kun je het tegenkomen, hoewel op deze pagina onder ‘Grammatica’ wordt geclaimd dat het exclusief Veluws is.

Grammaticaal geslacht en biologisch geslacht

Als hij wordt gebruikt waar men het over een dochter, tante of koe heeft, valt ons dat extra op omdat de bedoelde personen of dieren ook biologisch vrouwelijk zijn. Van woordgeslacht oftewel grammaticaal geslacht zijn we ons niet zo bewust (is tafel vrouwelijk of mannelijk?) maar biologisch geslacht (dochter-zoon, tante-oom, koe-stier) is algemeen bekend. Hij zeggen als het over een vrouw gaat, lijkt dan ook niet op een fout tegen de grammatica, die als superdialect wordt gecultiveerd om de Brabantse identiteit uit te dragen; hier is iets anders aan de hand.

Wil je het eenvoudiger of duidelijker hebben?

Taalkundig is hier sprake van een proces waarin we de taal eenvoudiger willen maken: het Nederlands en zijn dialecten doorlopen al eeuwenlang een proces waarin aanduidingen van verschillende naamvallen en woordgeslachten verdwijnen. Bij lidwoorden en bijvoeglijk naamwoorden wordt geen uitgang meer toegevoegd in het Algemeen Nederlands van nu. Kennis van het woordgeslacht is voor het AN dan ook  nauwelijks nog belangrijk. De Nederlandse voornaamwoorden kennen nog wél afzonderlijke vormen voor mannelijk en vrouwelijk en bovendien voor onderwerps- en voorwerpspositie. Een van die vormen staat momenteel nadrukkelijk in de kijker: steeds vaker wordt hun gebruikt in de onderwerpspositie, hun hebben het gedaan. Maar de sociale acceptatie van deze verandering is er nog niet, velen ergeren zich immers aan zulke uitspraken. Bovendien wordt dit proces van taalvereenvoudiging  tegengewerkt door een ander beginsel om voor iedere betekenis een andere vorm te gebruiken; dat maakt onze taal optimaal duidelijk. Dat is ook de reden waarom verschillen dialecten in het wel of niet meedoen aan het verschijnsel om hij te zeggen tegen vrouwelijke personen: het ene dialect kiest voor hij en poetst een verschil tussen mannelijk en vrouwelijk weg (eenvoudiger), het andere dialect niet omdat dat verschil een functie heeft (duidelijker).



reactiesDialect 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon