Krommenkinderenkasterd, Hakkelaarse Loop, Wippenhoutse Velden

woensdag 27 november 2013 door: Jos Swanenberg

Bijzondere woorden, nietwaar? Ze duiden kleine stukjes van het landschap van de gemeente Oirschot aan. Het zijn met andere woorden toponiemen, namen van geografische eenheden zoals gehuchten, velden, beken, wegen en allerlei andere natuur- en cultuurelementen in het landschap.

oirschot bord

Op 9 november 2013 verscheen ‘Over Hel, Hemelrijk en Vagevuur’, een boek met dvd dat de toponymie van Oirschot behandelt. Het boek met dvd werd samengesteld door dr. Marcel van der Heijden en ondergetekende. De dvd bevat een applicatie waarmee een database met meer dan 4000 toponiemen kan worden geraadpleegd.

De toponiemen in deze database verwijzen via links door naar plaatsen op een digitale kaart, de kadastrale atlas van Oirschot van 1832, en naar passages in teksten die de rondgang van een landmeter door de herdgangen van Oirschot in 1791-1792 beschrijven. Die teksten, genoteerd in quohiers, vormden het uitgangspunt voor Marcel van der Heijden om de toponiemen van Oirschot te beschrijven. Hij begon daar trouwens mee tijdens zijn studie Nederlandse taal- en letterkunde, eind jaren ’50! De applicatie bevat verder onder meer een lijst met verklaringen van de herkomst van de toponiemen en een beknopte geschiedenis van Oirschot.

Toponiemen zijn vaak al eeuwen oud en geven ons een kijkje in de geschiedenis van het landschap en zijn bewoners. Sommige namen zijn door de eeuwen heen in vergetelheid geraakt maar andere namen zijn nog steeds in gebruik in de gemeente Oirschot.

Om met Lauran Toorians (in Brabants) te spreken: namen zijn woorden, en wel een bijzonder soort zelfstandige naamwoorden. En woorden maken deel uit van taal, en naamkunde is dus ook – en vooral – een onderdeel van de taalkunde. Het bijzondere van deze woorden zit hem in de betekenis: woorden duiden een niet nader gedefinieerde groep voorwerpen aan, het woord ‘tafel’ kan gebruikt worden voor miljoenen meubelstukken die er misschien heel verschillend uit zien maar die we wel allemaal ‘tafel’ kunnen noemen. Daarom is het woord ‘tafel’ geen naam, de dingen die we ‘tafel’ noemen kunnen heel groot in aantal zijn en enorm verschillend van uiterlijk, enzovoorts.

Een naam daarentegen gebruiken we doorgaans voor één voorwerp, of persoon. Een naam kan wel vaker voorkomen, ook een toponiem. Denkt u maar aan Heusden, we kennen een stadje met die naam dat ligt bij Den Bosch maar ook een dorpje bij Asten. Datzelfde verschijnsel kent u van straatnamen, er zijn heel veel plaatsen die een Kerkstraat hebben, een Schoolstraat, een Molenstraat en ga zo maar door.

Als je een toponiem wilt verklaren, ben je op zoek naar de motivatie voor de naamgeving. Waarom werd die naam gegeven aan een bepaalde plaats? Bij een naam als ’s-Hertogenbosch is die motivatie overduidelijk. We weten dat er een hertog betrokken is geweest bij de stichting van deze stad en we weten ook dat dit gebeurde in of nabij een bos waarop diezelfde hertog rechten deed gelden. Dus dat die nieuwe stad in het bos van de hertog ’s-Hertogenbosch ging heten, is logisch, en dat is het benoemingsmotief.

Wat kunnen we dan zeggen over Krommenkinderenkasterd, Hakkelaarse Loop en Wippenhoutse Velden?

De Krommenkinderenkasterd is een kasterd genoemd naar de kinderen van Krom, een familienaam (in Oirschot is de familie Crom of De Crom een rijke familie met veel bezittingen geweest). Kasterd is een leenwoord uit het Latijn: castra, ‘legerplaats’, en verwijst naar bebouwing in de Romeinse tijd. Er zijn in die omgeving daadwerkelijk tufstenen resten uit die tijd gevonden.

De Hakkelaarse Loop is in elk geval een loop, dat is een waterloop oftewel beekje. Van Hakkelaarse denken we dat het een bijvoeglijk naamwoord bij Hakkelaar is, een personifiërende term. De naam benoemt dus het terrein als ware het een persoon, als ‘terrein waar men geriefhout hakt’. Een alternatief is dat Hakkelaar een laar is, een open plek in een bos, genoemd naar het hakken.

De Wippenhoutse velden refereren aan heidevelden. In de Middeleeuwen was veld een benaming voor ongecultiveerde grond, heide. In later tijd werd veld gebruikt voor stukken door boeren in cultuur gebrachte en omheinde heide, meestal akkerland; het was jonger akkerland dan de grotere open akkercomplexen. Wippenhoutse verwijst naar rijshout: wiep, wip, ‘ineengewerkte bos rijshout die met teenen banden is samengebundeld tot een goed gesloten rol’ aldus het Woordenboek van de Nederlandsche Taal. Dat betekent dat de Wippenhoutse velden ons vertellen dat er ter plekke wilgentenen gewonnen werden, belangrijk materiaal om o.m. wanden (in het Meierijse dialect 'wéépen hoorde', horden van wilgenhout) en erfafscheidingen mee te vlechten.

Als wetenschappelijke discipline staan naamkunde en dus ook toponymie de laatste decennia sterk onder druk, maar als onderdeel van de heemkunde, het onderzoek naar de geschiedenis, de taal en de cultuur van de eigen leefomgeving, staat naamkunde nog steeds volop in de belangstelling. Er zijn dan ook, de laatste jaren vooral vanuit het heemkundige veld, veel lokale studies verschenen in Noord-Brabant. En nu heeft Oirschot ook zijn beschrijving van de toponymie.

Boek en dvd zijn te koop voor € 10,-. Voor verdere informatie zie: http://www.deheerlijkheidoirschot.nl/toponiemen/

 



reactiesHeemkunde Naamkunde Toponymie 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon