Reusel

donderdag 17 januari 2013 door: Theo Cuijpers

Reusel is eigenlijk wel een heel gewoon Brabants dorp. Het is door het vroegere beleid van kerk en politiek hard gegroeid, dus rond de oude kern of wat daar voor door moet gaan, ligt heel veel woningbouw uit de jaren '60 en '70; de gebruikelijke Brabantse obouwsitas.

De kerk zorgde voor veel kindertjes, die allemaal moesten wonen en de politiek wilde ze graag in de buurt houden, en zo werden kleine dorpen groot en grote dorpen werden stadjes en soms steden. Het nieuwe centrum langs de grote doorgaande weg wordt nog gedomineerd door de kerk, maar het gebouw heeft concurrente gekregen van een modern winkelcentrum en een heel eigentijds gemeentehuis met bibliotheek.

Of het er allemaal mooier op geworden is, is maar zeer de vraag en ook daarin is Reusel een heel gewoon dorp. Veel sporen van het verleden zijn verdwenen. Fraters en zusters gaven les op de scholen, maar zijn allang weg en hetzelfde geld voor de gebouwen waar ze woonden en werkten.

Veel karakteristieke boerderijen zijn door de eigenaren gesloopt of hebben om andere redenen hun bestaan niet meer kunnen rekken, ze stonden in de weg, zijn afgebrand of kapot geschoten in de oorlog. De agrarische architectuur die daarvoor in de plaats is gekomen, geeft weinig aanleiding tot romantisch zwijmelen. Er staan geen notenbomen meer achter de huizen, maar wel enorme stallen, waar de varkens en kippen worden gefokt die elke dag op de borden van veel consumenten in Brabant en ver daarbuiten ploffen. Ook wat dat betreft is Reusel een heel gewoon Brabants dorp.

Misschien nog wel een beetje lelijker dan gemiddeld, omdat de mensen arm waren en hoopten dat de vooruitgang het leven beter zou maken. Zonder veel scrupules stootten ze hun kleine huisjes tegen de grond, om er in de geest van de tijd een huis voor terug te bouwen met veel licht en lucht, en veel groen er om heen, mestal in de vorm van te veel gras.

Maar Reusel is ook heel bijzonder, tenminste voor mij. Daar woonde een oom, die net als mijn vader gelukkig Noord-Limburg had verruild voor Brabant. Mijn enige Brabantse oom dus, helaas jong gestorven. Hij hielp me als scholier aan een vakantiebaantje op het confectieatelier waar hij chef was en mijn taak was het om van de broeken die van de band kwamen de overbodige draadjes af te knippen. Van deze ateliers waren er meer in de regio, later verdwenen ze naar Oost-Europa en nog later naar Azië en Noord-Afrika, steeds op zoek naar goedkope vrouwelijke arbeidskrachten. Toen, in de jaren ’60, waren die in de Kempen te vinden.  De vrouwelijke belangstelling in de fabriek was overweldigend, voordeel van een vrouwenoverschot. Van het geld van drie weken draadjes knippen kocht ik een draagbare radio, waarmee ik ’s nachts in bed naar Radio Luxemburg kon luisteren. Een heel bezit in die tijd.

In Reusel kon je het buitenland al ruiken, dat maakte nieuwsgierig in een tijd toen reizen nog helemaal niet gewoon was. Je hoorde verhalen over ‘Belsen’ die op de markt boter kochten en dat mee smokkelden naar Arendonk of verder in hun auto, maar ook wel met de bus. Reusel wekte op het eerste gezicht het idee  dat het ergens midden in Brabant lag, zo zag het er uit, maar als je de weg verder afging, kwam je bij de grens en daar begon een andere wereld. In Reusel vonden ze die andere wereld toch maar heel gewoon, ze hadden er zelfs familie,  maar ik vond dat allemaal bijzonder en ook wel een beetje spannend.

Zo is Reusel een heel gewoon dorp, maar voor mij toch wel bijzonder. Ik denk dat iedereen, of beter gezegd iedereen uit de stad misschien wel zo’n dorp heeft. Heel gewoon, te gewoon, maar toch…



reactiesCultuurhistorie 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon