Vraog en antwoord 1

vrijdag 2 mei 2014 door: Jos Swanenberg

In Groningen en Drenthe wordt onder de titel Vraag & Antwoord al meer dan een jaar onderzoek gedaan naar de streektaal van de beide provincies. Sprekers van het Gronings en het Drents kunnen op internet vragen over hun eigen streektaal beantwoorden. Deze vragenlijsten worden elke twee maanden vernieuwd. In Groningen en Drenthe hebben respectievelijk al 1400 en 1100 mensen deelgenomen. En dat resulteert in een schat aan gegevens over de varianten van het Gronings en Drents in al hun facetten.

De vragenlijsten bevatten Nederlandse zinnen en woorden die vertaald moeten worden in de streektaal. Maar er worden ook vragen gesteld over het gebruik van de streektaal. Het project wordt uitgevoerd door het Bureau Groninger Taal en Cultuur van de Rijksuniversiteit Groningen en het Huus van de Taol in Drenthe.

Vraag & Antwoord is een initiatief van prof. dr. Siemon Reker, die in november 2012 in de provincie Groningen startte met het onderzoek. In januari 2013 haakte Drenthe aan. Sinds 1 maart 2014 kunnen ook sprekers van het Zeeuws en Brabants zich uitleven op de kennis van hun dialect.

De provincies Zeeland en Noord-Brabant zijn onlangs aangehaakt. In Noord-Brabant coördineer ik, vanuit de Universiteit van Tilburg en de Erfgoed Academie Brabant, de Brabantse tak van Vraog en Antwoord. Via www.hetverhaalvanhetbrabants.nl kunnen Brabanders de vragenlijsten invullen.

Wang - wangetje, ... of wangeske, wangske, wengske, kaokske, koontje?

Om een voorbeeld te geven van wat er uit de resultaten van zo’n vragenlijst komt, zal ik hieronder de antwoorden op de vraag ‘wat is het verkleinwoord van ‘wang’ in uw dialect?’ behandelen. Het betreft dan 1058 invullingen van ca. 1200 invullingen in totaal (een aantal invullers heeft geen antwoord op deze vraag gegeven).

Die vraag leidde tot het volgend rijtje antwoorden:

Wangeske – 215

Wangske – 196

Wengske – 495

Wèèngske – 24

Waangske - 6

Wingske – 1

Wengke - 3

Wengeske -2

Wangeke 8

Wengetje – 1

Waangetje - 1

Wangetje – 68

Koontje – 4

Kaokske - 24

Kaakske - 4

Kokske – 3

Kaokseke – 1

Kaokje - 1

Kinnebekske -1

Maar liefst 18 verschillende vormen levert dit op, waarbij ik al enkele varianten heb samengevoegd (bijv. wengske, wèngske en wängske; kaokske en koakske, wangetje en wangetjuh), omdat die vooral varianten in spelwijze lijken. Op een kaartje (dubbelklik om te vergroten) laten deze antwoorden het volgende patroon zien:

Wangetje

De aantallen die hier gegeven worden in de legenda zijn ontdubbeld; zo hadden we voor Tilburg bijvoorbeeld 15 invullingen, maar daarvan zijn er maar 4 op de kaart afgebeeld, te weten de 4 verschillende invullingen (in dit geval wangetje, wangeske, wangske, wengske).Op het kaartje heb ik kaokske en kaakske samengenomen.

Hoe komt dat?

Op de eerste plaats laat deze verscheidenheid zien dat er vormen zijn die veel vaker voorkomen dan andere vormen. Dat zijn, weinig verrassend misschien, de vormen die je op basis van de klassieke dialectbeschrijving mag verwachten: wangeske (groen) in het westen van Noord-Brabant, wangske (geel) in het midden, en wengske (rood) in het oosten, in het zuidoosten met langere klinker: wèèngske (wit). Daarbij komt nog dat men in West-Brabant ook een ander woord voor wang, kaok, kent, zodat kaokske (blauw) daar ook werd gegeven.

Bij deze vormen werken de volgende grammaticale regels: bij een keelmedeklinker (g,k,ng) wordt er een –s- ingevoegd bij het maken van een verkleinwoord. In West-Brabant is dat zelfs een woorddeeltje: -es-. En in Oost-Brabant krijgen woorden in veel gevallen een klinkerverandering (umlaut genaamd) bij verkleinwoorden. Vergelijk de volgende rijtjes maar:

Wangeske-ringeske-plangeske-bangeske (ringetje, plankje, bankje)

Wengske-ringske-plengske-bengske  (ringetje, plankje, bankje)

Maar op de tweede plaats vinden we nog een aantal woordvormen die maar een paar keer voorkomen. We moeten nog nagaan of deze woordvormen, die van het patroon afwijken, in bepaalde regio's of leeftijdscategorieën te plaatsen zijn. Soms lijken zij een compromis te vormen dat volgens de regels werd afgeleid: als wangetje dient te worden vertaald naar het dialect, dient –etje tot –eke (henneke, billeke) te worden, dus: wangeke. Ook vullen veel mensen het Nederlandse verkleinwoord in. Behoudens enkele uitzonderingen gaat het dan om Brabanders die na 1970 zijn geboren.

We zien dus dat op deze wijze nieuwe woordvormen of equivalenten uit het Nederlands in het dialect gebruikt worden. Misschien gebeurt dat maar incidenteel, maar we kennen nieuwe dialectvormen die stabiele vorm aannemen. Vanuit het perspectief van de traditionele dialectologie kun je dat dialectverlies noemen, maar het laat ook zien dat we meer vormen krijgen, en dat de taaldiversiteit dus toegenomen is. Het betekent dat in het huidige veranderende taallandschap veel mensen de dialectsystematiek nog handhaven en dat er tegelijkertijd nieuwe vormen worden toegevoegd.

Doet u ook mee met onderzoek naar dialect in Noord-Brabant? Ga dan naar www.hetverhaalvanhetbrabants.nl en vul de volgende lijst van Vraog en Antwoord in!

 



reactiesDialect 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon