Vraog en Antwoord 5

donderdag 16 april 2015 door: Jos Swanenberg

Hij is wezen vissen

Ondertussen zijn we al ruim een jaar met het online onderzoek naar dialecten in Noord-Brabant bezig, op www.hetverhaalvanhetbrabants.nl Dit is het vijfde van een reeks blogs over de resultaten van het onderzoek.

In vragenlijst 5 (januari-februari 2015) is gevraagd om het zinnetje “Hij is wezen vissen” te vertalen. De lijst werd door 643 mensen ingevuld. Het woordje ‘wezen’ is in het Nederlands al een bijzonder geval. Het is een overblijfsel van ‘wezen-was-geweest’, oorspronkelijk een regelmatig sterk werkwoord, dat is gebruikt als aanvulling bij het onregelmatige werkwoord 'zijn', omdat daarvan de vormen alleen in de tegenwoordige tijd verschijnen. We gebruiken het nu nog in de verleden tijd (was, waren) en het voltooid deelwoord (geweest).

In bepaalde gevallen kun je ook de onbepaalde wijs gebruiken: ‘wie niet sterk is, moet slim wezen’. In het voorbeeldzinnetje is ‘wezen’ een onbepaalde wijs die het voltooid deelwoord vervangt: “hij is wezen vissen” betekent eigenlijk “Hij is vissen geweest”.

In de Brabantse dialecten komt dit ‘wezen’ volgens onze invullers in de volgende vormen voor:

Weze 242

Wizze  69

Wieze    4

Wezze    8

Wisse   19

Wiese     7

Wesse    8

Wiste   94

Wieste  67

Weste     2

Weeste 18

De overige 103 invullers gaven een zin op met ‘gaan’ (bijv. Hij is gaan vissen) of vulden hier niets in. Eenmaal werd voor Velp bij Grave gegeven hij is vissen gewist.

Opmerkelijk is natuurlijk dat sommige vormen een –t hebben. Die –t zit ook in het voltooid deelwoord ‘geweest’, zodat deze vormen contaminaties van de onbepaalde wijs en het voltooid deelwoord lijken te zijn. Weijnen, die in de vorige eeuw hoogleraar in Nijmegen was nadat hij in 1937 promoveerde op een proefschrift over Brabantse dialecten, heeft er deze kaart (klik om te vergroten) van getekend.

 

Weijnen Wezen

 

                               Weijnen 1937

De X staat voor verschillende klinkers; duidelijk is dat er een grens tussen Oost-Brabant en de rest van Brabant ligt. Alleen ten westen van die grens vinden we vormen met –t én in de gemeente Kranendonk in het zuidoosten. Daarnaast zien we nog twee driehoeken in het uiterste oosten, dat zijn ook nog twee gevallen met –t. In het Land van Heusden en Altena heeft men vormen met –s(s). Met Weijnen denk ik dat die vormen met s(s) eigenlijk bij de t-vormen horen, maar dat de –t is afgesleten. Net zoals in de uitspraak van ‘moesten’, ‘wisten’ dat we in dialecten ook vaak horen als moesse, wi(e)sse.

Nu is het natuurlijk interessant om te zien hoe onze nieuwe gegevens zich verhouden tot het kaartje van Weijnen uit 1937. In het lijstje met ingevulde woorden hierboven zien we dat, 80 jaar later, er nog steeds heel veel vormen met –s(s) en –st worden opgegeven.

 

VA Wezen

 

                               Vraog en Antwoord 2015

 

Het kaartje laat zien dat wieste (hij is wieste visse) in het westen van Noord-Brabant, dat wil zeggen ten westen van de Donge, wordt gebruikt. De vormen wiste of weeste komen aansluitend in Midden-Brabant voor en oostelijk tot in het Kempenland en de gemeente Kranendonk. Vooral wat betreft het Kempenlandse dialectgebied (van de Acht Zaligheden tot en met de agglomeratie Eindhoven) laat dit kaartje veel meer vormen met –st zien dan de kaart uit 1937. De 242 invullingen van weze heb ik om het overzicht te kunnen behouden op dit kaartje weggelaten.Ook niet op dit kaartje staan de twee invullingen van weste voor Wanroij en Boxmeer; net als in 1937 hier ook twee invullingen met -st in het zuiden van het and van Cuijk.

De voorlopige conclusie is: het bijzondere West-Brabantse wiste/weeste/wieste is anno 2015 nog goed gekend en blijkt zelfs verder naar het oosten te reiken dan Weijnen in 1937 dacht op grond van de door hem verzamelde gegevens.



reactiesdialect 


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon