Jan IV van Brabant (1403-1427)

Anton van Bourgondië, de zoon van Margaretha van Vlaanderen en Filips de Stoute, kreeg het vertrouwen van de Brabanders maar zijn regering duurde slechts kort. Hij sneuvelde in 1415 en werd opgevolgd door zijn zoon Jan IV die toen pas twaalf jaar oud was. Drie jaar later huwde hij de weduwe Jacoba van Beieren, gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen.

Het graafschap Holland ging in die tijd gebukt onder de Hoekse en Kabeljauwse twisten waarin Jan IV door zijn huwelijk werd betrokken. Drie jaar later werd dit huwelijk ongeldig verklaard omdat Jan IV zich onvoldoende inzette om haar belangen te verdedigen tegen haar oom Jan van Beieren. Het conflict met Jan van Beieren bleef echter bestaan. Bovendien laaide in de Brabantse steden de tegenstellingen tussen de patriciërs en de ambachtsgilden weer op en eiste de hertog van Gelre het hertogdom Brabant op. Jan IV was verre van bekwaam genoeg om bij al deze problemen de juiste beslissingen te nemen. In 1420 benoemden de Staten van Brabant - op instigatie van Engelbrecht I van Nassau - daarom zijn jongere broer Filips van Saint-Pol tot ruwaard (regent). Die volgde Jan IV bij diens dood in 1427 op als hertog van Brabant.

Het voor Brabant belangrijkste besluit van Jan IV was de oprichting, in 1425, van de Universiteit van Leuven. 

In deze periode viel ook de Elisabethsvloed van 1421, die een grote mate van ontreddering veroorzaakte in het noordwesten van Brabant.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon