Bisschop Bergaigne (1588-1647)

Toen Michaël Ophovius in 1637 in Lier overleed, volgde de Franciscaan Joseph Bergaigne (1588-1647) hem op, al duurde het nog tot 1641 voor de benoeming door de paus werd bekrachtigd. 

Later combineerde hij deze functie met die van aartsbisschop van Kamerrijk. Overigens heeft hij beide functies nooit kunnen uitoefenen: het bisdom 's-Hertogenbosch mocht hij niet in en voordat hij de zetel van Kamerrijk in bezit kon nemen overleed hij. Na zijn dood werd het bisdom niet meer door een bisschop, maar door een apostolisch vicaris bestuurd; die situatie duurde tot 1853. Door deze lotgevallen was zijn betekenis voor het bisdom gering. Een van zijn maatregelen was dat hij er voor heeft gezorgd dat de goederen en archivalia die Ophovius uit de stad en de kathedraal had mogen meenemen, in het aartsbisdom Mechelen in bewaring werden gegeven.

De tragiek van Bergaigne was dat hij, ondanks zijn relatief tolerante houding ten opzichte van de protestanten, nooit de gelegenheid heeft gehad deze  verdraagzaamheid als werkzame bisschop in praktijk te brengen. Hij was voor meer dan tweehonderd jaar de laatste bisschop van 's-Hertogenbosch.

Ondertussen werd zijn bisdom bestuurd door Henricus van de Leemputte, een kanunnik van de Sint Jan die als geboren Bosschenaar ook na 1629 in de stad mocht blijven wonen. Van 1637 tot 1656 oefende hij de functie uit van vicaris-generaal en - na de dood van Bergaigne - van kapittel-vicaris.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon