Bossche Schermersoproer

In 1570 was 's-Hertogenbosch op religieus gebied een diep verdeelde stad. Een groot aantal calvinistische burgers wilde zijn eredienst in het openbaar kunnen belijden. Een deel van de katholieke stadsbevolking steunde de opstandelingen in het noorden en een ander deel was anti-calvinistisch en bleef trouw aan de katholieke landsheer Filips II.

De totstandkoming van de Unie van Utrecht, een bondgenootschap van de noordelijke gewesten, zaaide grote verdeeldheid, waardoor het conflict in Brabant het karakter van een burgeroorlog kreeg. Gematigde katholieken kozen de zijde van de landsheer tegen calvinisten, en veel Brabantse steden schaarden zich opnieuw in het kamp van Filips.

Op 1 juli 1579 kwam het in Den Bosch tot een treffen: het Schermersoproer. Jan Roelofsz van Diepenbeeck legde het verloop van deze opstand twintig jaar na datum vast. Hij volgde daarbij de verslagen van ooggetuigen.

Aanleiding voor het conflict was dat een deel van het stadsbestuur zich had aangesloten bij de Unie van Utrecht. Die aansluiting werd op 1 juli afgekondigd: op het bordes van het stadhuis spreken in het zwart geklede schepenen het volk toe. Meteen barstten er rellen los tussen de leden van het calvinistische schermersgilde, die voor aansluiting waren, en hun katholieke tegenstanders. Er werden barricades opgeworpen, er werd geschoten vanuit huizen en er werden kanonnen aangevoerd.

In de strijd kwamen 442 mensen om en 120 werden er gewond. Uiteindelijk trokken de Filips-getrouwe katholieken aan het langste eind en sloot 's-Hertogenbosch zich als een van de weinige Nederlands steden niet aan bij de Unie van Utrecht. Veel Calvinisten moesten de stad ontvluchten.

De gevolgen van dat besluit zouden nog lang nawerken. Toen in 1648 de positie van Brabant binnen de Republiek moest worden vastgelegd had met name Holland om economische en politieke redenen weinig behoefte aan een achtste provincie. Het argument dat dit gewest zich in 1579 niet aansloot bij de Unie van Utrecht kon toen worden gebruikt als een argument dat het hier een vijandelijk, met wapens veroverd gebied betrof dat om die redenen geen recht kon doen gelden op zelfbestuur.

Jan van Diepenbeeck schilderde dit doek in opdracht van het stadsbestuur voor een altaar dat jaarlijks bij de herdenking van het oproer bij de gevangenpoort aan de markt werd opgesteld.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon