Einde van de strijd

De hervatting van de vijandigheden na het aflopen van het Twaalfjarig Bestand bracht voor beide partijen nog overwinningen. Aan de Spaanse kant waren die over het algemeen wat minder groot en ze hielden korter stand. De Republiek won steeds meer terrein en kreeg geleidelijk aan steeds meer macht in een aaneengesloten grondgebied. De Spanjaarden moesten bovendien gebied afstaan aan de Fransen.

In 1641 begonnen de vredesonderhandelingen. Daarbij ging het niet alleen om de strijd tussen Spanje en de Republiek, maar ook om de Dertigjarige Oorlog waarbij diverse Europese mogendheden betrokken waren.

De Republiek werd - met instemming van Spanje - als volwaardige staat uitgenodigd aan deze onderhandelingen deel te nemen. Zowel in de Republiek als in Spanje begon men genoeg te krijgen van de strijd die veel geld en veel menslevens kostte. Eigenlijk waren deze twee machten het snel eens. Men besloot de bepalingen uit het Twaalfjarig Bestand als uitgangspunt te nemen. De Republiek werd door Spanje als soevereine staat erkend en die mocht de veroverde gebieden, zoals grote delen van Noord-Brabant, behouden.

Omdat de Fransen aanvullende eisen stelde bij deze overeenkomst stelden Spanje en de Republiek op 30 januari 1648 los van alle andere partijen een vredesverdrag op. De ratificatie ervan na goedkeuring door Den Haag en Madrid vond plaats op 15 mei van datzelfde jaar.

In de herfst van 1648 waren ook de andere partijen zover dat ze een verdrag konden sluiten. Dat was de Vrede van Münster. Het verdrag tussen de Republiek en Spanje ging daarvan toen deel uitmaken.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon