
Turf met touw en lakstempels bevestigd aan brief met de tekst: De ondergeteekende, Hoofdopzichter van fortificatien, verklaart den hieraan gehechte turf te hebben gevonden ingemetseld in een ouden muur van het voormalig kasteel van Breda, thans de Koninklijke Militaire Academie. Hij werd ontdekt bij het doorbreken van een 0.6 m dikke muur, ongeveer in het midden daarvan en 1 m boven den vloer van de eerste verdieping van voornoemd gebouw. Breda den 16de Februar 1866 / (J.J.F.H.?) Middelkoop / De handteekening gewaarmerkt door den Majoor der Huzaren J.A. Ort. 's-Hertogenbosch, Noordbrabants Museum.

Turfschip van Breda (1590)
De verovering van Breda door de troepen van Prins Maurits in 1590 is vooral bekend gebleven vanwege de list met het turfschip. Het idee was afkomstig van de turfschipper Adriaen van Bergen uit Leur die regelmatig turf verscheepte naar het kasteel van Breda.
Het schip vertrok met in het ruim 75 staatse soldaten onder leiding van Charles de Héraugière. Aanvankelijk liep de tocht enkele dagen vertraging op door het koude weer. Pas in de avond van 3 maart bereikte het schip de Bredase grachten. Toen het eenmaal binnen de muren was, raakte het schip bovendien lek. De aanwezige soldaten konden door hard te pompen nog net voorkomen dat het zonk. Rond middernacht verlieten de soldaten het ruim en overrompelden de bezetters van het kasteel. Wellicht konden ze profiteren van de omstandigheid dat juist die avond een groot deel van het Spaanse garnizoen carnaval vierde in de stad waardoor het kasteel minder goed werd bewaakt. De dag daarna kon Maurits met zijn troepen de stad binnentrekken.
Een gevolg van deze spectaculaire inname was dat het aanzien van Maurits als veldheer er plotseling snel door steeg. De Staten Generaal besloten daarop hem ruimere financiële middelen ter beschikking te stellen voor nieuwe krijgsverrichtingen. De inname van deze belangrijke Brabantse stad was dan ook een grote morele overwinning die door Nederlandse schrijvers werd vergeleken met de inname van Troje.