Antiklerikale emoties

De stad 's-Hertogenbosch was rijk aan kloosters. Eén op de 18 of 19 inwoners was kloosterling of op de een of andere manier verbonden met een religieuze instelling. Een tijdgenoot beschreef 's-Hertogenbosch dan ook al 'Cleyn Rome'. Hoewel zich onder deze mensen vrome lieden bevonden, liepen ze niet allemaal over van devotie.

Bovendien betekende de klerikale status dat men bepaalde voorrechten genoot die gewone burgers niet hadden of vrijgesteld was van bepaalde stedelijke belastingen. Toen Den Bosch bovendien geplaagd werd door een economische neergang met stijgende graanprijzen en hongersnood, kwam de spanning in 1525 tot ontlading.

Ook de rol van het college van kanunniken van de Sint Jan wekte grote ergernis. Ondanks de precaire toestand van de stedelijke financiën eisten zij accijnsvrijdom voor steeds grotere hoeveelheden bier en wijn.

Toen de emoties onder het volk steeds hoger opliepen, escaleerde de situatie werden enkele kloosters geplunderd waarvan de oversten geweigerd hadden om af te zien van hun belastingvrijstelling.

De plunderingen richtten zich op de wereldse bezittingen van de getroffen kloosters. De kerkelijke goederen werden niet aangeraakt, waaruit blijkt dat de motieven niet religieus van aard waren.

Een directe link met de Reformatie was er dan ook niet, maar de gebeurtenissen geven wel aan dat het gewone volk op een andere manier tegen de zeer lang zeer hooggeachte clerus ging aankijken.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon