Beeldenstorm

De beeldenstorm begon als een Zuid-Nederlandse aangelegenheid in Steenvoorde in het huidige Frans-Vlaanderen.

Tussen 10 en 18 augustus werden vooral kerken in het zuiden van West-Vlaanderen geplunderd waarbij heiligenbeelden werden verwoest en muurschilderingen werden beschadigd.

Op 20 augustus begon een tweede reeks verwoestingen, startend in Antwerpen. Vandaaruit verspreidde de golf van geweld zich naar het Gent en ook naar Noord-Brabant waar onder meer Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, 's-Hertogenbosch en Eindhoven met de beeldenstormers te maken kregen.

Pas tegen het einde van september sloeg de beeldenstorm ook over naar de Noordelijke Nederlanden.

De oorzaken van deze dramatische gebeurtenis liggen niet alleen in de Calvinistische weerstand tegen de heiligenverering en de daarmee samenhangende beeldencultus in kerken en kloosters. Ook de politieke spanningen met het harde Spaanse gezag droegen bij aan de onlusten en bovendien heerste er in 1655 een hongersnood omdat door de harde winter van 1565-66 veel oogsten mislukt waren. Al die onvrede ontlaadde zich in de beeldenstorm waarbij de vaak hongerige plunderaars ook uit waren op de vaak rijke bezittingen van kerken en kloosters.

Een consequentie van de beeldenstorm was dat veel middeleeuwse religieuze kunst beschadigd raakte of zelfs geheel verloren ging. Door de politiek onrustige tijd werd die ook niet meteen vervangen. Ook in de steden die uiteindelijk niet naar de Reformatie overstapten, was pas voor het eerst sprake van echt herstel bij het aanbreken van het Twaalfjarig Bestand in 1609.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon