Maria van Hongarije (1505-1558)

Maria van Hongarije, de jongere zus van Karel V, dankt haar naam aan het huwelijk dat zij op zestienjarige leeftijd in het kader van de huwelijkenpolitiek van haar grootvader Maximiliaan moest sluiten met koning Lodewijk van Hongarije, de zoon van Vadislav II. Doel van die verbintenis was om de Habsburgse macht in Centraal Europa te vergroten. Nadat Lodewijk in 1526 tijdens de slag bij Mohász was omgekomen, nam zij tot 1531 het regentschap over Hongarije waar. Daarna werd zij door Karel V aangewezen als landvoogdes over de Nederlanden, een functie die ze tot 1556 heeft vervuld. Zij resideerde in Brussel dat tijdens haar bestuur uitgroeide tot een belangrijk centrum van cultuur.

Haar bestuurlijke arbeid was gericht op de vergroting van de territoriale eenheid van de Nederlanden en de versterking van het centrale bestuur. In 1543 werd Gelre als laatste Nederlandse gewest toegevoegd, wat een einde maakte aan de lange geschiedenis van strijd met dat hertogdom. Haar bestuurlijke inspanningen hadden mede ten doel om een sterke positie op te bouwen tegenover Frankrijk waar de koningen (François I en Henry II) nog steeds grote belangstelling hadden in het grondgebied van de Nederlanden.

Maria van Hongarije onderhield contacten met prominente kunstenaars en denkers van haar tijd, ook religieuze hervormers. Zij werd in haar tijd zelfs beschuldigd van Lutherse sympathieën. Ook had zij belangstelling voor de kunst van de renaissance die na 1530 de laatgotische vormgeving in de Nederlanden verdrong. Ook in Noord-Brabantse steden is die omwenteling zichtbaar, vooral in de edelsmeedkunst. Brussel groeide in de jaren van haar bewind uit tot een belangrijk productiecentrum van wandtapijten.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon