Het Calvinisme
Het protestantisme in de Nederlanden kreeg daar vanaf ca. 1540 vaste voet aan de grond. In die vroege periode kan men dan nog niet spreken van Calvinisme, ook Lutheranen en Wederdopers speelden hierin een rol. Het zuiden gaf daarbij aanvankelijk de toon aan, maar geleidelijk aan kreeg ook het noorden steeds meer de nieuwe religie van doen. Dat was overigens mede een gevolg van de omstandigheid dat protestanten in de Zuid-Nederlandse steden zwaar werden vervolgd. Een groot aantal van hen besloot het lot van de marteldood niet af te wachten en verhuisde naar de Hollandse steden waar men iets minder genegen was om harde maatregelen toe te passen.
In de jaren vlak voor de beeldenstorm speelde vooral Antwerpen een rol als protestants bolwerk. Daar begon het Calvinisme geleidelijk al de dominante stroming binnen het protestantisme te worden. Mensen uit de toplaag van de bevolking bezochten de bijeenkomsten met Calvinistische predikanten. De hagepreken buiten de stad trokken soms tienduizenden belangstellenden. In West-Vlaanderen waren soms zoveel Calvinisten dat de autoriteiten alleen al vanwege die grote aantallen geen mogelijkheid hadden in te grijpen zonder het risico op een enorme slachting.
Veel bestuurders uit de Nederlandse adel, onder wie Willem van Oranje, stonden op het standpunt dat geloofsdwang niet meer van die tijd was. De door hem afgekondigde religievrede moest de religieuze tegenstellingen overbruggen. In Breda en 's-Hertogenbosch werd deze vrede afgekondigd op respectievelijk 14 september en 1 oktober 1578.
Deze ontwikkelingen, samen met het feit dat de onderdrukking ook toenam, droegen bij aan het uitbreken, in 1566, van de beeldenstorm. Deze uitbraak van woede en emoties deed de ontwikkeling van het Calvinisme geen goed. De repressiemaatregelen van de daaropvolgende jaren waren hard en steeds meer mensen vluchtten naar Engeland, Duitsland of Noord-Nederland. Toch bleven er in de meeste steden Calvinistische kernen bestaan, ook in de steden van Noord-Brabant. De onderdrukking leidde niet alleen tot de vlucht van Calvinisten naar elders. Toen in 1570 een koninklijk en pauselijk algemeen pardon werd afgekondigd hebben tienduizenden mensen in de Zuidelijke Nederlanden gekozen voor de weg terug naar het katholicisme. In het bisdom 's-Hertogenbosch betrof dat ongeveer 6.000 mensen. In de stad Breda zou het om ongeveer 300 mensen gaan. Het is het eerste signaal van een kentering ten gunst van de katholieke kerk. De activiteiten in het kader van de katholieke reformatie en contrareformatie zouden de balans definitief naar de andere kant doen doorslaan.
