De Brabantse successieoorlog

Na het aantreden van Johanna van Brabant en Wenceslaus werd haar recht op de titel hertogin van Brabant aangevochten door haar zwagers, graaf Lodewijk van Male van Vlaanderen en hertog Reinoud III van Gelre. Dit leidde tot de Brabantse successieoorlog. Bij de Vrede van Aat (1357) erkende Lodewijk de rechten van Johanna. In ruil voor die erkenning kreeg hij de zeggenschap over de heerlijkheden Antwerpen en Mechelen. Ook mocht hij zich hertog van Brabant noemen.

In 1383 overleed Wenceslaus, de echtgenoot van Johanna van Brabant. Er waren geen kinderen en de opvolgingskwestie stak opnieuw de knop op. Johanna wist te bewerkstelligen dat haar nicht Margaretha van Vlaanderen, het enige kleinkind van Jan III, kon opvolgen. 

Margaretha was de echtgenote van Filips de Stoute van Bourgondië. De Brabantse steden hadden weinig sympathie voor deze regeling. De weerstanden verdwenen pas toen Antoon van Bourgondië, de zoon van Margaretha en Filips, in 1406 hertog van Brabant werd. Tevens werden Antwerpen en Mechelen toen weer onderdelen van het hertogdom.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon