De Blijde Incomste
De verhouding tussen de hertog van Brabant en zijn onderdanen werd geregeld in een charter dat bekend staat als 'De Blijde Incomste'. De naam is afgeleid van het gebruik in het hertogdom Brabant dat een nieuwe vorst een formeel kennismakingsbezoek brengt in de steden van zijn gebied. Die gebeurtenis kon aanleiding zijn om onderlinge verhoudingen nog eens opnieuw af te stemmen. De 'Blijde Incomste' waarvan hier sprake is werd op 3 januari 1356 afgesloten door Johanna van Brabant en haar man Wenceslas.
Het is voor Brabant een uitermate belangrijk historisch document, afgedwongen van de hertog om diens macht te beperken ten gunste van de steden en het gewest. Het charter bepaalde dat de hertog alleen ten oorlog mocht trekken of bedragen mocht sluiten wanneer de Staten van Brabant daartoe toestemming hadden verleend. Rechtspraak en bestuur werden beschermd tegen de willekeur van de hertog en het Brabants grondgebied werd voortaan als ondeelbaar beschouwd.
Een belangrijke bepaling was van economische aard: kooplieden werd vrijheid van beweging door geheel Brabant (en Limburg) gegarandeerd. Deze bepaling zou in de 15de eeuw in belangrijke mate bijdragen aan de economische opbloei van het huidige Noord-Brabant. Geen enkel Nederlands gewest had deze bevoorrechte positie.
