Brabantse polders
De gebieden in het noord-westelijke deel van Noord-Brabant die door de Sint-Elisabethsvloed van 1421 werden overstroomd, veranderden in een drassige zeekleivlakte. Vanaf de tweede helft van de 16de eeuw zijn deze natte kleigronden geleidelijk aan ingepolderd en konden er nieuwe nederzettingen op worden gesticht.
Op de satellietfoto is te zien hoe het noordwesten van de provincie zich door de strakke, rationele verkavelingen op de 'nieuwe' poldergronden onderscheidt van de rommelig aandoende verkaveling in de rest van West-Brabant die nu eenmaal meer past bij door beekdalen doorsneden zandgronden.
Door met de cursor over de afbeelding te gaan, worden de plaatsnamen en de grens tussen zand en klei zichtbaar.
In 'Dorpen vóór 1421' is te zien hoe in dit kleigebied de voor Noordwest-Brabant karakteristieke nederzettingen ontstonden.

