Dorpen rond 1830

In de 15de en 16de eeuw had dit gebied veel te leiden van overstromingen (denk aan de Sint-Elisabethsvloed van 1421), oorlogshandelingen en slecht dijkonderhoud.

Het systeem van de weteringen voldeed ook niet meer in alle gevallen. Doordat al het beschikbare land was bedijkt was de rivier de Maas in een te smal bed geperst waardoor het water niet meer verwerkt kon worden. Dijkdoorbraken en overstromingen waren hiervan het gevolg.

Tengevolge van deze doorbraken ontstonden wielen of kolken, diepe gaten die gevormd waren door de kracht van het doorgebroken water. Om dit probleem te bestrijden werden overlaten aangelegd die bij hoog water het overtollige water konden opnemen.

Steeds meer mensen trokken zich terug op de oeverwallen en in de dorpskernen die met vluchtwegen verbonden waren met de hoger gelegen dijken. Ook werden er boerderijen gebouwd op verhoogde pollen of terpen in het lage gebied. De landbouw bleef gebaseerd op het gemengde bedrijf, het natte lage land werd echter overheersend hooiland.

In de 19de eeuw werd dikwijls de kerk vergroot omdat het aantal inwoners was toegenomen. Bij dorpjes die op een donk waren gebouwd kwam ook dikwijls een dorpspleintje te liggen. Dorpen op en bij de oeverwal hadden daarvoor meestal minder ruimte ter beschikking.

Door met de cursor over de afbeelding te gaan, zijn de aanduidingen van de verschillende locaties te zien.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon