De Langstraat
Het gebied tussen 's-Hertogenbosch en Geertruidenberg noemen we de Langstraat. De naam is ontstaan doordat de dorpen in dit gebied vaak uit niet meer dan één straat bestonden, steeds van west naar oost. Bij het toenemen van de bevolking kwamen deze dorpjes steeds dichter bij elkaar te liggen waardoor het leek alsof er sprake was van één lange straat.
De eerste nederzettingen in dit gebied ontstonden toen men vanaf de oeverwallen in zuidelijke richting het veen ging ging afgraven. Toen men steeds verder van de rivier kwam werd de bewoning op de oeverwal ingeruild voor meer zuidelijk gelegen nederzettingen, maar nog wel steeds evenwijdig aan de rivier.
De Elisabethsvloed van 1421 verwoeste een groot deel van de oorspronkelijke bebouwing. Voor de herbouw trok men nog meer naar het zuiden, maar nog steeds evenwijdig aan de rivier en de oeverwal waar het dorp ooit begonnen was.
Na de ontveningen en de overstromingen bleef een vruchtbaar gebied achter dat uitermate geschikt was als gras- en hooiland. Zo ontstond de leerindustrie die eeuwenlang de economie van dit deel van Noord-Brabant zou beheersen.
Het centrum daarvan was Waalwijk dat vooral dankzij de leerindustrie van bovenlokale betekenis werd. Ook de omstandigheid dat er in de nabijheid veel eiken groeiden die de grondstoffen leverden voor het looiproces, heeft aan die ontwikkeling bijgedragen.
Ga naar 'Uitgangssituatie' voor een reeks afbeeldingen over de geschiedenis van nederzettingen in De Langstraat.
