Ontginningsdorpen

De grote bedrijvigheid in de Peel vanaf de tweede helft van de 19de eeuw en het daar geleidelijk aan beschikbaar komen van landbouwgrond gaf een belangrijke stimulans aan de Oost-Brabantse economie in het algemeen. Ook de heidegronden die direct aan de Peel grensden werden nu interessant en ook hier vonden grootscheepse ontginningen plaats.

De beschikbaarheid van kunstmest droeg er toe bij dat deze projecten grote kans van slagen kregen. Al deze activiteiten leidden tot de komst van vele boerenbedrijven. De stichters daarvan waren onder meer boerenzonen uit het noorden van Nederland voor wie in hun geboortestreek geen grond meer beschikbaar was om een eigen boerderij te stichten.

Uit deze nieuwe vestigingen groeiden kleine ontginningsdorpen waarvan er velen nog in het landschap herkenbaar zijn aan de rationele aanleg en de vierkante verkavelingen in de omgeving van de woonkernen.

De Rips is genoemd naar een in 1875 gestichtte boerderij. De locatie van deze boerderij lag nabij uitgestrekte heidevelden en dicht bij de Klotterpeel. Toen door de ontginningen nieuwe landbouwgrond beschikbaar kwam, nam het aantal boerenbedrijven toe.

Voor de Heidemij werd daarom in 1920 het dorp Rips gesticht met een kerk, een school en arbeiderswoningen. Het dorp heeft een vierkante vorm met straten die loodrecht op elkaar staan.

Dat laatste geldt ook voor Elsendorp. Op de plaats van dit dorp werden in 1891 twee modelboerderijen gesticht. Eén hiervan heette De Dompt. Het werd al snel de naam voor een ontginningsdorp in ontwikkeling. In het begin van de 20ste eeuw vestigden zich hier enkele middenstanders, in 1925 kwam er een school en een jaar later een noodkerk. In dat jaar werd de naam De Dompt veranderd in Elsendorp, genoemd naar de Norbertijn Gerlacus van den Elsen die een grote rol had gespeeld in de ontwikkeling van het Oost-Brabantse land in de tweede helft van de 19de eeuw.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon