Dorpen ca. 1000
De vroegste middeleeuwen waren voor Brabant een verwarrende tijd waarover we niet veel weten. In de 10de eeuw lijkt de rust te zijn weergekeerd. Het ijzertijddorpje is verdwenen, maar de grafheuvels herinneren nog aan de aanwezigheid ervan.
Links van de beek is een kleine agrarische nederzetting ontstaan met enkele boerderijen op de grens van de natte broeklanden en de zandgrond. De boeren kappen een stuk elzenbos in het beekdal zodat groene beemdgrond ontstaat waar men de koeien kan weiden. Het pad van het gehuchtje naar deze beemden zal eeuwen later een echte weg worden.
Westelijk van de nederzetting komen akkers. Langs de akkers loopt eveneens een zandpad. Een ander pad leidt naar de heide waar de schapen grazen. In dit geval vormden de drie paden een driehoekig plein. Zulke pleinvormige akkergehuchten worden ook wel een plaatse, heuvel of laar genoemd. De driehoek is toevallig; elders kan het plein ook een meer rechthoekige vorm hebben.
Vaak was er op het plein een poel waar de koeien konden drinken en de schapen konden worden gewassen. Bij brand leverde deze poel bluswater. Goed bewaarde voorbeelden van een driehoekige akkerdorpen zijn de gehuchten Loon bij Waalre en Straten bij Oirschot.
De namen die vroeger aan deze oude paden weg wegen werden gegeven, vinden we soms nog terug in de naamgeving van straten in de huidige dorpen. Andersom leveren deze namen vaak zeer bruikbare aanknopingspunten om de ontstaansgeschiedenis van een dorp te kunnen ontrafelen.
Door met de cursor over de afbeelding te gaan, zijn de aanduidingen van de verschillende locaties te zien.
Ga naar 'Dorpen ca. 1100' om naar de volgende fase in de ontwikkeling te gaan.

