Straatnamen herinneren aan het verleden

De oudste Brabantse dorpen hadden meestal slechts een beperkt aantal verbindingswegen. Het waren zandpaden die de bewoningskern verbonden met de belangrijkste agrarische gronden in de omgeving, de heide, de akkers en de beemden.

De mensen gaven deze wegen al snel een naam die verband hield met die functie. Dikwijls bestaan die namen tot op de dag van vandaag. Het zijn goede hulpmiddelen om de ontstaansgeschiedenis van een dorp, of zelfs stad, beter te kunnen begrijpen. 

Zo hebben verschillende plaatsen in Brabant een Koestraat, bijvoorbeeld Oudenbosch, Geertruidenberg, Vught, Tilburg, Hilvarenbeek en Oirschot. Langs deze straat werden in het verleden de koeien naar de beemden geleid om te drinken.

Voor wegen met deze functie treffen we ook andere namen aan, bijvoorbeeld 'voort', dat verwijst naar een doorwaadbare plaats in een beek, of 'dijk', een aanduiding voor een weg die loodrecht op een waterloop staat.

Andere namen met zo'n stokoude verwijzing zijn bijvoorbeeld 'Heistraat' of 'Heikant', 'Brand' (naar moerassig terrein) en 'Loo' (voor een open plek in het bos). Ook de naam als 'Akkerweg' of 'Zandstraat' zijn duidelijke aanwijzingen.

Voor de geschiedenis van nederzettingen zijn straat-, plaats- en streeknamen (toponiemen) van groot belang. Een zorgvuldige bestudering ervan geeft veel informatie over de ontstaansgeschiedenis van het landschap en de dorpen.




Meer informatie:

Wikipedia: Toponiem


Thuis in Brabant
 
Links | Colofon