Na ca. 1830

Tussen 1831 en 1833 maakte Jhr. Mr. Daniël Theodoor Gevers van Endegeest een reeks tekeningen van Brabant. Hij was als schutter in het Nederlandse leger gestationeerd in Noord-Brabant in verband met de Belgische opstand. Ook de toen in Beek bij Nijmegen gevestigde schilder Barend Cornelis Koekkoek reisde tussen 1830 en 1839 enkele keren naar Brabant en heeft daar enkele tekeningen gemaakt.

In deze tijd zien speelde West-Brabant een actieve rol op artistiek gebied. Twee factoren droegen daaraan bij. In de eerste plaats de hoge kwaliteit van de tekenopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda; in de tweede plaats de aantrekkingskracht op kunstenaars van het dorp Dongen. Enkele namen van bekende niet-Brabantse kunstenaars die werden aangetrokken door wat zij beschouwden als het 'nog onbedorven leven' zijn die van Johannes Bosboom, August Allebé, Jozef Israëls, Louis Apol, Max Liebermann, Suze Robertson en Albert Neuhuys. Een in Dongen gemaakt schilderij van Jozef Israëls inspireerde Van Gogh tot het schilderen van De Aardappeleters. Overigens hoort ook Van Gogh thuis in het rijtje schilders die het Brabantse platteland, speciaal het boerenleven, als onderwerp voor hun werk kozen. 

Tegen het einde van de 19de eeuw trok een groep schilders, waaronder ook enkele Brabanders, naar Heeze om daar en in de omgeving te schilderen. Enkele van de schilders die in Dongen schilderde, zijn ook in Heeze actief geweest. Enkele namen van kunstenaars daar hebben gewerkt zijn Roland Lary, Nicolaas Bastert, Arthur Briët, Victor Bauffe en Jan Sluijters.

In de eerste helft van de 20ste eeuw waren het vooral schilders uit de familie Slager die veel schilderijen van het Brabantse platteland hebben gemaakt. De Bossche tekenaar en graficus Hendrik de Laat en de Eindhovense schilder Frans Mandos zetten die traditie ook na de tweede wereldoorlog voort.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon