Tot ca. 1830
In de grote groep Zuid-Nederlandse landschapschilderijen van de 16de en 17de eeuw herkennen we soms landschappen die overeen komen met wat we ook nu nog in Noord-Brabant kunnen zien. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat ze ook elders, bijvoorbeeld in het noorden van het huidige België gemaakt zouden kunnen zijn. Het is verleidelijk om bij de landschappen van en uit de school van Pieter Bruegel de Oude te denken aan Noord-Brabant, maar de realiteit leert dat deze schilders vooral in Zuid-Nederland actief waren. Het beste wat we er van kunnen zeggen is dat dit soort schilderijen een sfeerbeeld geven van het Brabantse land; topografisch zijn ze van minder betekenis. Dat geldt bijvoorbeeld voor het hier gemaakte schilderij van Pieter Breughel de Jonge met een voorstelling van De Liereman. Het zit vol met details die allemaal passen in een ruim gebied rondom Antwerpen, inclusief het huidige Noord-Brabant.
In de 17de en 18de eeuw waren in Brabant topografische tekenaars actief die in opdracht van het staatse leger of ten behoeve van de uitgave van aardrijkskundige beschrijvingen tekeningen maakten van steden en dorpen in het huidige Noord-Brabant. Feiltelijk vinden we daar de oudste betrouwbare weergaven van het Brabantse platteland.
In de 19de eeuw zou het boerenleven een geliefd onderwerp van kunstenaars worden. Josephus Augustus en Mattheus Derk Knip en Hendrik Turken gingen nog aan deze ontwikkelingen vooraf, maar ook zij maakten reeds tekeningen van enkele Brabantse dorpen.
