Industrie

Tegen het einde van de 19de eeuw kregen ook dorpen steeds vaker te maken met de vestiging van fabrieken. De aanleiding om die daar te bouwen was veelal de dikwijls toevallige aanwezigheid van goede wegen of kanalen. Wanneer er dan ook nog een een spoorlijn in de buurt lag, konden de ontwikkelingen snel verlopen. Wanneer er eenmaal fabrieken waren, trokken deze arbeiders aan die zich in het dorp vestigden. Zo begon de groei en verloor het dorp zijn dorpse karakter.

In Veghel, al sinds de middeleeuwen dankzij de gunstige ligging een marktvlek, waren alle drie die elementen aanwezig. Het oudste waren de verbindingswegen met grote plaatsen in de omgeving, zoals 's-Hertogenbosch. Tussen 1822 en 1826 werd de Zuidwillemsvaart gegraven, een verbindingskanaal tussen 's-Hertogenbosch en Maastricht. Ter hoogte van Veghel werd schuin op het kanaal een haven uitgegraven. In 1872 kwam daarbij de aanleg van de spoorlijn van Boxtel naar het Duitse Wesel. 

Op een oude topografische kaart van ca. 1850 zijn het kanaal en de haven goed te zien. Ze liggen op geruime afstand van het dorpshart. Door met de cursor over de kaart te bewegen wordt de situatie zichtbaar in 1967. Op die kaart is te zien hoe het kanaal, de haven en de spoorweg (linksboven op de kaart) hebben gezorgd voor de komst van het uitgebreide industriewijk. In de 20ste eeuw zijn deze wijk en de dorpskern naar elkaar toe gegroeid waardoor het dorp Veghel een stedelijk karakter kreeg. Na de aanleg van de A50 van Nijmegen naar Eindhoven, kwam die toch al indrukwekkende ontwikkeling in een stroomversnelling en ontstond er ook ten zuiden van het kanaal een groot industrieterrein.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon