Aardewerk uit de nieuwe steentijd

Toen de mensen vaste woonplaatsen kregen, ging men over tot het maken en gebruiken van aardewerk. Hiervan is relatief veel bewaard gebleven, onder meer dankzij de omstandigheid dat aardewerk werd meegegeven aan de overledenen. Al het aardewerk dat in Brabant tijdens de nieuwe steentijd werd gemaakt, is nog met de hand gevormd; de draaischijf werd in deze fase van de geschiedenis hier nog niet gebruikt. Aan de vorm en de versiering van het aardewerk is toe zien wanneer het is gemaakt en in welke cultuur het thuis hoort. Een voorraadpot die gevonden werd in Herpen dateert uit het midden van de nieuwe steentijd. De vorm ervan komt overeen met die van aardewerk uit de Vlaardingen-cultuur die toentertijd in West-Nederland een grote rol speelde.

Het meeste aardwerk dateert uit het Late Neolithicum (2200-1500 vóór Christus), de periode van de bekerculturen. In een grafheuvel van De Witrijt in Bergeijk werd de hier afgebeelde zigzagbeker gevonden, een vroeg voorbeeld van aardewerk uit het einde van de nieuwe steentijd. Het oppervlak van de beker is helemaal versierd met een ingekerfd zigzagmotief. Hij dateert van omstreeks 2085 vóór Christus. De vorm en techniek van deze beker wijst op invloed vanuit de Standvoetbekercultuur uit Noord-Nederland, maar is ongetwijfeld een Brabants product.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon