De ijzertijd

Het gebruik van ijzer, een belangrijke technologische revolutie, begon omstreeks 1200 vóór Christus in het Midden-Oosten en het gebied van de Middellandse Zee. Pas omstreeks 700 vóór Christus werd het ook in Noord-Brabant op grote schaal gebruikt. De bewerking van ijzer is moeilijker dan van brons omdat het smeltpunt veel hogert ligt. Er zijn dus meer geavanceerde ovens voor nodig en ook de bewerking om zuiver ijzer te krijgen is arbeidsintensiever dan die bij brons. De introductie ervan betekende echter geen echte breuk met het verleden: er is dan ook een grote mate van continuïteit in de manier van leven, bouwen en begraven tussen de late bronstijd en de vroege ijzertijd. Het betreft duidelijk dezelfde mensen met gelijke culturele tradities. Dat blijkt ook uit de aardewerkvormen en uit de voortzetting van de urnenvelden.

Vanaf 500 vóór Christus kwamen er aanpassingen in de wijze waarop doden worden bijgezet. Dat wijst op culturele veranderingen. Tijdens de late ijzertijd nam het inwonersaantal toe en werden op steeds meer plaatsen nederzettingen gebouwd. De ijzertijd eindigde met de komst van de Romeinen, rond het begin van de jaartelling. Maar ook na die tijd behield de inheemse bevolking veel tradities en technieken uit de voorgaande eeuwen.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon