
Mesolithische vondsten op het terrein van het Kunstcluster.

Mesolithisch kamp in Tilburg
Uit opgravingen weten we iets van de grootte van de tijdelijke nederzettingen in de middensteentijd. De grootste hadden een omvang van 270 m² of meer en telden een bevolking van minstens 25 personen. Hoewel de nederzettingen nog niet permanent waren, bleven de mensen wel gedurende langere tijd op een bepaalde plek wonen. Zij begroeven in de nabijheid daarvan ook hun doden. In Tilburg Kraaiven werd in 1964 zo'n basiskamp opgegraven uit ca. 5500 vóór Christus. Het had een oppervlak van ruim 12.000 m² en er werden meer dan 82.000 artefacten gevonden (door menselijk toedoen ontstane voorwerpen). Een van de voorwerpen was een zoemsteen.
Vanuit de wat grotere basiskampen werden kleinere kampementen ingericht waar enkele leden van de gemeenschap gedurende een beperkt aantal dagen verbleven om er te jagen en te stropen. Zulke kampen worden extractiekampen genoemd. Er waren ook kleinere kampen waar één of meer gezinnen uit het basiskamp voor wat langere tijd verbleven. We spreken dan van een dispersiekamp. In het centrum van Tilburg werd op de locatie van het Kunstcluster in 1992 een kampementje opgegraven dat tot een van deze beide categorieën behoort.