Brabant na 1713

In oudere publicaties wordt nog wel eens verband gelegd tussen de status van generaliteitsland en de economische teruguitgang van Brabant. Dat verband is er waarschijnlijk niet en de term wingewest is dan ook zeker niet juist.

Brabant had in 1648 al tachtig jaar tegenslag achter de rug en de oorlog met Frankrijk en alle ellende die daarmee samenhing was een volgende slag voor het al zwaar getroffen gebied. Ook elders in de Republiek, met name op het platteland, verliepen de ontwikkelingen vanaf het einde van de 17de eeuw minder rooskleurig dan de aanduiding 'Gouden Eeuw' doet vermoeden.

Bij de Vrede van Utrecht in 1713 verkeerde het gebied van het huidige Noord-Brabant dan ook grotendeels in een zorgwekkende situatie. De infrastructuur was slecht, de agrarische bedrijvigheid was weggezakt naar een laag niveau en er waren vele sociale problemen. 

Na 1713 begon de algemene economische sitiuatie in de Nederlanden wat te verbeteren wat ook goed was voor Brabant. Maar al snel werd het gebied geconfronteerd met geweld toen de Fransen in 1740 oprukten naar het noorden en in 1747 Bergen op Zoom belegerden en innamen. Daarbij werd onder meer de middeleeuwse Gertrudiskerk in puin geschoten. Pas een jaar later, bij de Vrede van Aken, kwam de stad weer onder het gezag van De Republiek.

Maar er waren ook positieve ontwikkelingen zoals een reeks maatregelen van de Staten-Generaal om bestuurlijke zaken te stroomlijnen en de onderlinge samenwerking tussen Brabanders te verbeteren. Ook de criminaliteit in het gebied werd aangepakt. Ondertussen waren vele boerenbedrijven simpelweg verlaten omdat het niet meer loonde om er door te blijven werken, ondanks belastingverlichting van de Staten-Generaal.

Vanaf ca. 1750 verbeterde de agrarische toestand. Er werd weer geld belegd in ontginningen en de agrarische gebieden werden herontdekt als vestigingsplaatsen voor landhuizen. Maar rond diezelfde tijd kwam er concurrentie vanuit het buitenland op het terrein van de textielnijverheid waardoor de Brabantse textielsteden te maken kregen met afzetproblemen en daarmee samenhangende armoede.

Ook de lucratieve winning van turf in West-Brabant kwam aan het einde. In 1740 besloot men daarmee te stoppen omdat er nog te weinig veen resteerde.

Door nieuwe invoerrechten kwamen veel brouwerijen in deze periode in de problemen; zij zagen hun afzet in andere delen van de Republiek sterk afnemen, ook omdat nieuwe dranken als thee en jenever de consumptie van bier verminderden.

Wat wel goed bleef lopen was de transportsector. Vervoer over water was vaak duur door een ingewikkeld systeem van tollen. Vervoer over land bleef aantrekkelijk en veel Brabanders verdienden daar hun kost mee. Mede om die reden besloot de Raad van State tot de aanleg van een steenweg vanuit Den Bosch naar Best. 

Alles overziende blijft het beeld van Brabant in de 18de eeuw niet echt rooskleurig. Er waren positieve ontwikkelingen, mede omdat de Staten-Generaal die stimuleerde, maar ook macro-economische ontwikkelingen die zich aan hun invloed onttrokken en die de balans weer in een andere richting deden doorslaan.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon