Katholicisme
Met de gewijzigde staatkundige positie van Noord-Brabant na de Vrede van Münster in 1648 werd een effectief bestuur van het bisdom vrijwel onmogelijk. Voor de katholieken, en dat betrof de meerderheid van de bevolking, zat er niets anders op dan hun godsdienstige plichten te vervullen 'in het buitenland', dat wil zeggen in grenskerken in het huidige België en in de gebieden waar de Staten generaal het niet voor het zeggen had.
Deze katholieke enclaves boden tevens onderdak aan enkele kloosters die uit de Staatse gebieden hadden moeten vertrekken, zoals de jezuïeten in Ravenstein, de dominicanen in Gemert, de franciscanen in Megen, de kruisheren in Uden, de karmelieten en karmelitessen in Boxmeer, de birgittinessen in Uden, de capucijnen in Velp, de clarissen in Megen, de broeders penitenten in Handel en de augustinessen in Deursen.
De onmogelijkheid voor een bisschop om in 's-Hertogenbosch te resideren leidde in 1662 tot de degradatie van het bisdom tot een apostolisch vicariaat. Met de jaren werd de godsdienstige onderdrukking in praktijk aanzienlijk milder. De komst van de Fransen in 1672 betekende al een verlichting van de strengste bepalingen. Vanaf 1731 konden de apostolisch vicarissen wel weer in Staats-Brabant zelf verblijven.
Geleidelijk aan werd ook de aanwezigheid van een vaste pastoor oogluikend toegestaan, zolang het kerkgebouw waarin hij zijn werk deed maar niet van buiten af als zodanig herkenbaar was. We spreken voor dit tijdvak daarom van de schuurkerkentijd.
Formeel gezien was het gebruik van schuurkerken strafbaar. Aanvankelijk resulteerde dit in boete's wanneer een overtreding werd vastgesteld, later werden die boete's omgezet in een vast 'recognitiegeld' dat periodiek moest worden opgebracht.
West-Brabant bleef deel uitmaken van het bisdom Antwerpen, maar ook daar kwam de uitoefening van de katholieke eredienst in de problemen. Vanuit Breda werd onder meer gekerkt in Meerle, net onder de huidige grens met België. Dankzij de bescherming van het huis van Oranje-Nassau kon in Breda het Begijnhof wel blijven bestaan en mochten de zusters Norbertinessen zich in Oosterhout vestigen.
In zijn algemeenheid hebben de Oranjes in de Baronie van Breda veel kunnen doen om de scherpste kantjes van de achterstelling van de katholieken weg te halen. In het Markiezaat van Bergen op Zoom hebben de katholieke markiezen veel voor hun geloofsgenoten gedaan.
