Oorlog met Frankrijk (1672-1713)
Na de vrede van Munster verloor Spanje geleidelijk aan de greep op de zuidelijke Nederlanden. In 1659 verlieten de Spaanse troepen de Nederlanden. Na de dood van koning Filips IV in 1665 eiste de Franse koning, Lodewijk XIV, grote delen van de Spaanse Nederlanden op als achterstallige bruidschat voor zijn echtgenote, Maria Theresia van Spanje, met wie hij in 1660 in het huwelijk was getreden.
In de oorlog die daarop uitbrak, veroverde het leger van Lodewijk enkele grensvestingen. Enkele jaren later, in 1672, viel het Franse leger de Republiek binnen. Daarmee begon een periode waarin oorlogen en kortstondige perioden van vrede elkaar tot 1713 (Vrede van Utrecht) voortdurend afwisselden.
De gevolgen daarvan waren rampzalig voor de economie van Noord-Brabant. Niet alleen had men te maken met de aanwezigheid van grote legers en met belegeringen, ook legden de Frans legers aan de plattelandsbevolking zware belastingen (contributies) op. Het zou tot ca. 1735 duren voordat in de economische situatie enige verbetering optrad.
Zwaar te lijden van de oorlogshandelingen had de stad Grave die in 1672 door tactische fouten in handen van de Fransen viel. In 1674 heroverden de Staatse troepen de stad na zware beschietingen waarbij een groot deel van de stad werd verwoest. Nog datzelfde jaar heroverden de Fransen Grave weer.
