Beeldende kunst en kunstnijverheid
Pas in de 14de eeuw kwam er in het huidige Noord-Brabant een
eigen kunstproductie op gang. Vóór die tijd werden beelden,
schilderijen en voorwerpen van kunstnijverheid vooral betrokken van
artistieke centra in het Maasland, waar de zetel van het bisdom
Luik was gevestigd. Daarnaast kon men terecht in het Rijnland en in
het zuiden van het hertogdom.
De bouw van grote kerken als de Sint-Jan in 's-Hertogenbosch en de
de Onze Lieve Vrouwekerk in Breda trokken beeldhouwers en schilders
aan die na verloop van tijd ook voor een regionale productie van
kunst zorgden. Verder werden in kloosters geïllustreerde
manuscripten vervaardigd. Vanaf ca. 1470 waren er in Noord-Brabant
schilders, beeldhouwers en edelsmeden actief. Die bleven niet
altijd in hun geboortestreek wonen. In de grote steden van het
zuidelijke hertogdom kon men immers gemakkelijker opdrachten
krijgen en waren de toekomstmogelijkheden groter. Het verklaart
tevens waarom de Zuidelijke Nederlanden eeuwenlang de belangrijkste
leverancier zijn geweest voor opdrachtgevers in het noorden van het
hertogdom Brabant. Wel waren er in Noord-Brabant enkele
toonaangevende edelsmeden werkzaam. Slechts zo nu en dan keerde een
succesvolle Brabantse schilder naar zijn geboortestreek terug. Dat
was bijvoorbeeld het geval met Theodoor van Thulden.
Van een brede artistieke ontwikkeling was dan ook pas sprake nadat
in het begin van de 19de eeuw de eerste professionele
kunstopleidingen in Brabant werden gevestigd. Die zetten een
ontwikkeling in die tot op de dag van vandaag voortduurt.