Kunst van de 19de eeuw

Het kunstklimaat in Noord-Brabant was in de 18de eeuw verslechterd. Er waren weinig kunstenaars en wie talent had zocht zijn heil elders. Dat geldt bijvoorbeeld voor Gérard van Spaendonck die in Frankrijk carrière maakte. De eerste generatie schilders van Brabantse oorsprong die wel in Brabant bleven, al was het maar voor een tijd, is eveneens grotendeels in het buitenland opgeleid.

Tussen 1812 en ca. 1850 was er sprake van schilders die geheel of ten dele hun opleiding kregen aan de eerste Brabantse  tekenopleidingen die vooral in de grote steden te vinden waren. Den Bosch en Breda gaven hier de toon aan. Na 1850 verbeterde het onderwijsklimaat in Nederland in algemene zin. Ook werd de rol van de katholieke kerk als opdrachtgever geleidelijk aan belangrijker. De opkomst van de neogotiek was een enorme stimulans voor de ontwikkeling van een Brabantse kunst.

Tegen het einde van de 19de eeuw verbleven veel schilders in Brabant die zich aangetrokken voelden tot het Brabantse landschap en het boerenleven. Hoewel als schilder een eenling, past ook Van Gogh in dit rijtje. Ook fotografen zochten het Brabantse platteland op omdat zij werden aangetrokken door de vermeende 'authenticiteit' van het boerenbestaan.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon