
Petrus Kiers (1807-1875). Bivak in de omgeving van Breda. Olieverf op doek, 41,5 x 34 cm. 1831. Instituut Collectie Nederland.

Brabant als inspiratie
Vanaf de eerste helft van de 19de eeuw werden schilders uit de romantische school aangetrokken door het in hun ogen ongerepte landschap ten noordoosten van Breda, in de omgeving van Oosterhout en Dongen. De combinatie van stuifzanden, hei en bossen op niet zo grote afstand van Zuid-Hollandse steden als Dordrecht, waar veel schilders actief waren, bepaalde de aantrekkingskracht van deze streek. Ten tijde van de Belgische opstand, vanaf 1830, raakte het gebied in bredere kring bekend. Er werden veel militairen in dit gebied ondergebracht. Velen van hen waren uiterst verbaasd over de in hun ogen primitieve toestanden die zij op het Brabantse platteland aantroffen. Onder hen bevonden zich ook enkele amateurschilders. De bekendste is Daniël Theodoor Gevers van Endegeest. Hij maakte een grote hoeveelheid tekeningen die nog steeds van belang zijn vanwege hun topografische betekenis.
De eerste schilders die in dit gebied aan de slag gingen waren vooral kunstenaars uit de omgeving of schilders die daar familie hadden. Remigius Haanen uit Oosterhout, zijn zwager Petrus Kiers, de Bredase schilders Jacobus Cornelis Huysmans, zijn zoon Constantinus Cornelis Huysmans, Henriëtte Knip, die weer een bekende van Jacobus Cornelis Huysmans was enzovoort. Geleidelijk aan raakte de streek bekender. Zelfs buitenlandse schilders streken hier voor korte of langere tijd neer, zoals de Amerikaan Eastman Johnson. In 1864 kwam de schilder August Allebé naar Dongen en was direct enthousiast over wat hij zag. Hij verzamelde in de daaropvolgende jaren steeds meer schilders om zich heen die voor korte of langere tijd in Dongen werkten. Na verloop van tijd kwamen ook schilders van de Haagse School naar deze streek, onder wie Jozef Israëls en Salomon van Witsen. Andere schilders die in Dongen werkten waren onder meer Petrus van der Velden, Max Liebermann, Jan Veth, Suze Robertson, Albert Neuhuys, Jakob Smits, Wijnand Bastiaan van Horssen en Marie de Roode-Heijermans.
Een aantal van de hier genoemde namen zien we terug in een ander schildersdorp: Heeze. Waarschijnlijk was Paul Gabriël de eerste kunstenaar die daar, misschien al vanaf 1860, regelmatig vertoefde. Pas vanaf ca. 1880 kwamen ook ander kunstenaars, al dan niet op aansporing van Gabriël, naar Heeze om daar in de omgeving te schilderen. In de jaren tot 1900 werd het dorp met een zekere regelmaat bezocht door Allebé, Roland Larij, Bernard Blommers en Johannes Akkeringa. Een onderscheid met Dongen is dat Heeze ook ná 1900 nog lange tijd door schilders werd bezocht. Vrijwel zeker is dat een gevolg van de omstandigheid dat Dongen en omgeving omstreeks 1900 ingrijpend veranderden door industriële ontwikkelingen.
Wanneer we het werk van veel in Dongen en Heeze werkende kunstenaars overzien valt op dat daarin niet zozeer het landschap, maar vooral de mens centraal staat. Het was deze schilders dan ook niet zozeer te doen om de poëzie van de natuur en de landelijke bebouwing te registreren. Veel meer waren zij geïnteresseerd in de mens die in deze in hun ogen nog primitieve en vaak armoedige wereld zijn of haar bestaan opbouwde.
Vincent van Gogh heeft geen deel uitgemaakt van de Dongense schilders, hoewel hij een aantal van hun artistieke uitgangspunten deelde. Wel kende hij het werk van enkele van hen en Petrus van der Velden kende hij ook persoonlijk. Tijdens zijn Brabantse jaren legde hij een belangstelling aan de dag voor wat hij beschouwde als het authentieke Brabant en registreerde dit in zijn tekeningen en schilderijen. Hoewel hij bevriend was met enkele schilders staat hij als kunstenaar, mede door de grote omvang van zijn werk, betrekkelijk alleen.
Zijn interesse in het Brabantse platteland en zijn bewoners deelde hij met meerdere kunstenaars, ook ná hem. In de omgeving van Bladel werkten Victor de Buck en Joseph Gindra die foto's maakten van boeren op het land of thuis in hun boerderijen.