
Jozef Israëls (1824-1911). De aardappeleters. Olieverf op doek, 86 x 116 cm. 1903. Den Haag, gemeentemuseum.

Jozef Israëls (Groningen 1824 - Den Haag 1911)
Jozef Israëls ontving zijn opleiding in Groningen, Amsterdam en Parijs. Vanaf 1871 werkte hij in Den Haag. Hij interesseerde zich vooral voor taferelen met eenvoudige mensen, vooral vissers. Zijn eerste bezoek aan Dongen dateert van 1863, althans dat beweerde Israëls in gesprekken met Jan Veth. Zijn oudste bewaard gebleven werk dat hij in Dongen schilderde dateert van 1876. Het was het schilderij van een Schoenmakersfamilie aan het middagmaal met brood. Het schilderij symboliseerde de armoede en eenvoud. Mensen die zo aten als de Brabantse arbeiders was immers een onbekend verschijnsel bij de stadsmensen uit Den Haag. Toch was het Israëls niet te doen om sociale betrokkenheid te uiten. Hij was meer geïnteresseerd in de grote zeggingskracht van het onderwerp als schilderkunstig thema. Dat bewijst ook zijn commentaar: 'Men schildert de bedelaar niet om zijn armoede, maar om zijn rijkdom'. Het schilderij had een boeiende geschiedenis. In 1876 werd het geëxposeerd in Parijs. Kunsthandel Goupil & Cie in Parijs beeldde het vervolgens af in twee belangrijke publicaties. Dat Vincent van Gogh het schilderij nog gezien heeft bij Goupil, waar hij enkele jaren had gewerkt, is niet waarschijnlijk want hij was daar in april 1876 ontslagen. Het schilderij werd erg bekend en er was een grote vraag naar reproducties. Ook maakte Israëls zelf enkele aquarellen met dezelfde voorstelling. Een daarvan zag Van Gogh bij een Haagse vestiging van Goupil. Het inspireerde hem tot het schilderen van De Aardappeleters.
Israëls maakte in 1902-1903 opnieuw een schilderij van etende mensen rondom een tafel. Ditmaal was hij het die zich liet inspireren door het De Aardappeleters van Van Gogh.