Vincent van Gogh (Zundert 1853 - Auvers-sur-Oise 1890)

Vincent van Gogh heeft als jongen tekenlessen gehad op de Tilburgse HBS van Constant Huysmans. Dat verbindt hem in zekere zin met de Brabantse artsitieke tradities, maar zijn verdere levensloop staat daarvan feitelijk los. Brabant was voor hem een landstreek waarin hij met heimwee zocht naar een geidealiseerd eerlijk bestaan dat hij meende aan te treffen in het leven van de gewone mensen, de wever die uit wol uiteindelijk stoffen voor kleding maakt, de boer die de ruwe grond bewerkt, zaait en oogst en daarmee de natuur naar zijn hand zet. Hij bewonderde ook het werk van de Fransman Millet die eveneens een boerenschilder was. 

Zij vroegste werk, gemaakt in Etten, Den Haag en Drente bestaat vooral uit tekeningen en kleine schilderijen. Zijn worsteling met het onder de knie krijgen van ruimteweergave en anatomie is door de grote hoeveelheid bewaard gebleven materiaal goed te volgen. Zijn eerste grote schilderij maakte hij toen hij weer thuis bij zijn ouders woonde, in Nuenen waarheen zijn vader als dominee beroepen was. Het is dat van de Aardappeleters, dat hij zelf altijd als zijn belangrijkste werk is blijven beschouwen. Het schilderij was gebaseerd op een iets ouder schilderij dat Jozef Israëls had gemaakt in Dongen. Het talent van Van Gogh spreekt uit de wijze waarop hij het schilderij weet te ontdoen van alle niet terzake doende details en de aandacht volledig concentreert op de mensen rondom de tafel en op hun onderlinge contact.

In 1885 vertrok Van Gogh naar Antwerpen en vandaar naar Parijs en andere Franse steden. Daar groeide hij in korte tijd uit tot een van de belangrijkste schilders van zijn tijd. In Brabant is hij niet meer teruggekeerd, mede niet omdat hij al in 1890 kwam te overlijden.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon