Kerkelijke kunst
De kerkelijke kunst in Brabant kwam na ca. 1840 weer op gang nadat men ongeveer twee eeuwen lang op dit terrein weinig te bieden had gehad.
De eerste aanzet hiertoe waren de rond 1840 van bisschoppelijke zijde uitgevaardigde voorschriften over het aanbrengen van kruiswegstaties in kerkgebouwen. Regionaal bekende schilders zoals Lambert van den Wildenberg in Eindhoven en Nicolaas Wintelroy in Gemert waren al vóór 1850 op dit terrein actief.
In 1853 werd in Nederland de Bisschoppelijke Hiërarchie hersteld. Voor het eerst na 1648 kwamen er weer bisschoppen, wat een belangrijke stimulans gaf aan de kerkelijke architectuur en daarmee ook aan de inrichting van kerkgebouwen. Overigens werd die kunst niet alleen door Brabantse kunstenaars gemaakt. Ook ateliers buiten de provincie en zelfs in het buitenland werden veelvuldig ingeschakeld.
Ook de restauratiewerkzaamheden van de Sint-Jan in 's-Hertogenbosch moeten in dit verband worden genoemd. Ze vingen aan in 1858 en duurden vrijwel ononderbroken tot 1985.
De meeste prominente kerkelijke kunstenaars in Brabant werkten op het terrein van de beeldhouwkunst. Als schilders waren hier Frans Kops en Dorus Hermsen actief. De laatste maakte bovendien ontwerpen voor religieuze sculptuur.
