Hendrik Turken (Eindhoven 1791-Luik 1856)

In een brief uit 1835 werd Hendrik Turken door Josephus Augustus Knip omschreven als 'een der voornaamste schilders in zijn vak'. De Eindhovense kunstenaar was oorspronkelijk voorbestemd voor de handel, maar kwam uiteindelijk toch terecht op de Antwerpse academie.

Hij werd in 1820 directeur van het Stads Instituut van Handteeken-, Boetseer-, Doorzicht, Bouw- en Meetkunde van 's-Hertogenbosch. Daar zette hij zich volop in voor de verbetering van het kunstonderwijs.

Samen met zijn studiegenoot van de Antwerpse academie, Antonius van Bedaff, ontwikkelde hij zelfs een eigen tekenmethode om beginnende studenten op weg te helpen. Pogingen om het onderwijs ingrijpend te vernieuwen en op een hoger plan te brengen liepen echter vast op de weigering van het provinciaal bestuur om dit te faciliteren. Uit onvrede namen Turken en Bedaff dan ook in 1825 ontslag en vertrokken naar Brussel. Turken bleef na die tijd nog wel regelmatig deelnemen aan exposities in Den Haag en Amsterdam.

Het Noordbrabants Museum in Den Bosch en Museum Kempenland in Eindhoven bezitten tekeningen die Turken in zijn Bossche tijd heeft gemaakt van het Brabantse platteland. Het zijn vlot gemaakte gewassen pentekeningen die een goed beeld geven van vooral boerenwoningen.

Ook maakte Turken portretten, genretaferelen en historieschilderijen in de stijl van de Zuid-Nederlandse romantiek. Het Noordbrabants Museum bezit van hem een in Brabant gemaakt schilderij uit omstreeks 1828 met als titel Binnenhuis met een vrolijk gezelschap.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon