
Henriëtte Geertruida Knip (1783-1842). Stilleven met rozen, lelietjes van dalen en fruit op een ondergrond van mos. Olieverf op paneel, 1834. Particulier bezit.

Henriëtta Geertrui Knip (Tilburg 1783 - Haarlem 1842)
Het derde kind van Nicolaas Frederik Knip, Henriëtta Geertruij, werd geboren in 1783. Haar vader gaf haar lessen in het schilderen van bloem- en fruitstillevens. In 1802 ging zij naar Parijs waar ze onder de hoede kwam van Gérard van Spaendonck. Op verzoek van 'verschillende dames van den Hoogen Stand' in Amsterdam keerde zij in 1805 terug naar Nederland. Zij vestigde zich in Haarlem zodat zij in Amsterdam lessen kon geven en in het tuinbollencentrum van Nederland bloemen kon tekenen.
Haar vroegere werk bestaat uit bloemstillevens in gouache-techniek met traditioneel opgebouwde boeketten in een vaas op een marmeren plint. Die manier van schilderen sluit aan bij zowel het werk van haar vader als dat van de gebroeders Van Spaendonck. In 1824 ging ze opnieuw naar Paris om les te nemen in olieverfschilderen bij Jan Frans van Dael (1764-1840), een leerling van Van Spaendonck.
Na een verblijf van twee jaar in Parijs keerde zij terug naar Amsterdam, later vestigde zij zich in Haarlem. Zij had ook in die nieuwe techniek veel succes en won vele prijzen. In deze periode veranderde ook de opzet van haar composities door een voorkeur voor lossere arrangementen en voor minder gangbare bloemen.