Naar de moderne tijd

Na 1880 zien we dat kunstenaars uit Brabant steeds vaker weg trokken naar steden als Amsterdam waardoor Brabant in artistiek opzicht wat achterop raakte. Ook de belangrijkste kunstopleiding in de provincie, de Koninklijke School, in Den Bosch, raakte in de problemen, trok steeds minder leerlingen en was niet in staat om echt talent vast te houden. In deze periode van culturele bloedarmoede zien we dan ook tegenstrijdige bewegingen.

Zonder twijfel van groot belang waren de activiteiten van Petrus Marinus Slager in 's-Hertogenbosch, behalve een belangrijk portretschilder ook de oprichter, in 1893, van de 's-Hertogenbossche Kunstkring die regelmatig tentoonstellingen organiseerde. Zijn leerling Pieter de Josselin de Jong zou vooral buiten Brabant carrière maken.

De al besproken schilders Frans Kops en Dorus Hermsen bleven ook na 1900 vasthouden aan de neogotische tradities.

Antoon Derkinderen markeert de overgang naar de 20ste eeuw. Hij maakte tussen 1889 en 1896 de schilderingen voor de grote ontvangsthal van het Bossche stadhuis in een strakke, tweedimensionale stijl. 

Antoon van Welie woonde in Den Bosch van 1895 tot 1904. Het was zijn symbolistische periode. Later zou hij buiten Brabant een toen breed gewaardeerde portrettist worden.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon