
Nicolaas Frederik Knip (1741-1808). Vrijheidsbeeld voor de voorgevel van het Bossche stadhuis. Olieverf op koper, hoogte 127 cm, 1795. 's-Hertogenbosch, Noordbrabants Museum.

Nicolaas Frederik Knip (Nijmegen 1741 - Den Bosch 1808)
Nicolaas Frederik Knip leidde tot zijn eenendertigste jaar een zwervend bestaan als kunstenaar; daardoor weten we niet hoe en waar hij is opgeleid. In 1774 trouwde hij met Anna Elisabeth Drexler, de dochter van de kamerbewaarder van het kasteel van Tilburg. Zij gingen ook in Tilburg wonen.
Waarschijnlijk verdiende hij in deze tijd de kost met het maken van behangselschilderijen. Daarnaast werkte hij als een puur ambachtelijk schilder die uithangborden maakte en andere, vrij eenvoudige schilderwerkzaamheden verrichtte.
In 1787 vertrok hij naar Den Bosch, enerzijds omdat hij juridische problemen had in Tilburg, anderzijds omdat hij daar meer opdrachten verwachtte. Daarin kreeg hij gelijk. Hij werkte er samen met Quirinus van Amelsfoort. De werken die we met zekerheid aan hem kunnen toeschrijven, dateren van ná dat jaar.
Hij legde zich onder meer toe op het schilderen van bloemstillevens, een genre dat een beetje verwant is aan behangselschilderen. Daar speelden bloemmotieven immers ook vaak een grote rol. In dat genre bereikte hij een zeer verdienstelijk niveau. Rond 1795 kreeg hij problemen met zijn ogen, een ziekte die in enkele jaren tijd tot volledige blindheid leidde.
Nicolaas Frederik had vijf kinderen. Aan vier van hen, Josephus Augustus Knip, Henriëtta Geertrui Knip, Mattheus Derk Knip en Frederik Willem Knip heeft hij ondanks zijn blindheid nog wel de beginselen van de teken- en schilderkunst kunnen leren.