Houtsculptuur
De oudste houten beelden die - meestal in opdracht van kerken en kloosters - naar Noord-Brabant kwamen werden gemaakt in werkplaatsen in het Rijn- en Maasland. Het beeld van de Zoete Moeder van 's-Hertogenbosch is daarvan een voorbeeld. In de 15de eeuw nam de vraag naar beelden toe. Dat hangt zowel samen met de religieuze gebruiken van die tijd, als met de omstandigheid dat Noord-Brabant een periode van groei doormaakte. Er werden in deze eeuw ook vele nieuwe kerken gebouwd en bestaande kerken werden vergroot. De toename van altaren vroeg ook om beelden waarmee deze altaren een herkenbaar gezicht kregen. Enkele kapittelkerken kregen in deze tijd koorbanken waarop ook vaak houtsculptuur was aangebracht.
Voor de aanschaf van deze beelden werd ook toen nog dikwijls een beroep gedaan op productiecentra elders. Blijkbaar waren de ateliers in Brabant, voor zover die er al waren, nog niet in staat om te voldoen aan de kwaliteitseisen van de opdrachtgevers. Ver hoefde men daar overigens niet voor te gaan. In Oost-Brabant werd veelvuldig een beroep gedaan op de uitmuntende beeldhouwers die werkzaam waren in het gebied van de Nederrijn en Gelre, zoals Xanten en Kalkar. In de Noordelijke Nederlanden nam Utrecht een belangrijke plaats in. Daar werkte onder meer Adriaen van Wesel. In de Zuidelijke Nederlanden gaven Antwerpen, Mechelen en Brussel de toon aan. Uit al deze plaatsen kwam beeldhouwwerk naar Brabantse kerken en kloosters.
Tegen het einde van de 15de eeuw ontstonden de eerste ateliers in Brabantse steden. Het is niet uitgesloten dat de grondleggers daarvan afkomstig zijn uit de eerder genoemde steden buiten Brabant, want de kenmerken van wat we als Brabantse sculptuur omschrijven wijken niet dramatisch af van wat we daar zagen. Ondanks de hoge kwaliteit van het Brabantse werk is het tot op heden niet gelukt om beelden en kunstenaarsnamen samen te brengen. Een enkele uitzondering daargelaten zoals het hier afgebeelde fragment van het Geefhuisreliëf moeten de Brabantse beelden het dan ook nog doen met makers van wie we alleen noodnamen kennen.
