Mechelen
Mechelen stond in de late middeleeuwen bekend als het productiecentrum van meestal kleine houten devotiebeeldjes. Ze zijn onder meer herkenbaar aan hun popperige gezichtjes. Om die reden werden ze dan ook wel 'Mechelse pupkes' genoemd. Veel van deze beeldjes werden gemaakt voor privé-gebruik. Soms ook werden meerdere kleine (15 tot 20 cm hoge) beeldjes samengebracht in een retabelkastje, al dan niet met relikwieën. Mechelse beeldjes zijn dikwijls herkenbaar aan hun vlakke vormgeving. Ze zijn relatief dun en breed en de V-vormige plooien steken slechts weinig uit boven de vlakke onderlaag. De beeldjes werden gepolychromeerd waarbij veel bladgoud werd toegepast, wat ze een kostbaar aanzien gaf. Enkele Mechelse beeldjes zijn in Brabant cultusbeeldjes geworden, bijvoorbeeld Onze Lieve Vrouw ter Linden in Uden en het beeldje van Onze Lieve Vrouw in Elshout.
Het mooiste voorbeeld van een Mechels beeldje in Noord-Brabant is de Anna-te-Drieën uit de parochiekerk van Sint-Petrus Banden in Hilvarenbeek. Vermoed wordt dat het ooit eigendom was van een van de kapittelheren die in de late middeleeuwen aan deze kerk verbonden waren.
