
Meester met de bij, werkzaam in 's-Hertogebosch, 1528-29. Zilver, verguld zilver en email, 1528-29. 's-Hertogenbosch, Noordbrabants Museum.

's-Hertogenbosch, 1500-1530
Hoewel de laatgotische vormentaal na 1500 over zijn hoogtepunt heen was, werkten edelsmeden in het eerste kwart van de 16de eeuw toch nog overwegend in deze stijl.
Een prachtig voorbeeld is een laat 15de-eeuwse monstrans uit de kerk van Maria Onbevlekt Ontvangen in Oss. Hij lijkt op een ontwerp van Alart Duhameel, maar of die ook de ontwerper vervan is geweest, valt niet meer te achterhalen. Het is een torenmonstrans, opgebouwd met zilveren steunberen en pinakeltjes, die naar alle waarschijnlijkheid werd gemaakt door Herbert Happensoon die in de stad werkzaam was tussen ca. 1490 en ca. 1512. Een monstrans die er veel op lijkt is die uit Zeeland. Aan de hand van de meestertekens kon worden vastgesteld dat die rond 1530-31 werd gemaakt door de Bossche edelsmid Jan Willensem. Beide monstransen lijken in stijl en opbouw nog het meest op exemplaren uit het gebied van de Nederrijn. Blijkbaar hebben de Bossche edelsmeden tot ca. 1530 vooral in werkplaatsen uit dit gebied hun voorbeelden gezocht of liepen er directe verbindingen met kunstenaars uit die omgeving.
Voor de Bossche stadsmuzikanten maakte een Bossche 'zilversmid met een bij als meesterteken' in 1528/29 vier zilveren brodsies (6). De vormgeving ervan laat zowel laatgotische als renaissance-motieven zien, wat wijst op een verandering in stijl. Die stijlverandering kan niet worden losgezien van de opkomst in deze tijd van Antwerpen. Deze opkomst ging niet alleen gepaard met een golf van artistieke bedrijvigheid, maar ook met een geleidelijke voorkeur voor renaissance-vormen ten detrimente van de laatgotische motieven. De brodsies illustreren deze smaakverandering: de vorm, een vierpas, is nog laatgotisch, maar de sierlijk uitgevoerde dolfijntjes horen meer thuis in de motievenwereld van de renaissance.